Sociale hervormingen - pagina 460
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
448 veeleer moet daarvoor het college van burgemeester en wethouóf ders worden gehouden. Men staat dus voor tweeërlei keuze: volgens de Memorie van Toelichting zal de directeur, óf volgens de bepalingen van het ontwerp zullen burgemeester en wethouders aansprakelijk zijn. Het eerste ontmoette bezwaar, omdat de directeur
handelingen niet vrij, maar van besluiten van den gemeenteraad en van burgemeester en wethouders afhankelijk is het tweede komt in strijd met de blijkbare bedoeling der Regeering. in zijne
;
352. Door sommige leden werd gevraagd, waarom geacht. instelling van eene commissie van advies noodig wordt Het bevreemde hen voorts, dat de voorgestelde commissie slechts commissie inderdaad uit drie of vijf leden zal bestaan; is die oog op de zeer het met wenschelijk, het scheen noodig, dan verschillende, op alle deelen des lands betrekking hebbende rege-
de
Ari.
haar lingen, welke aan haar oordeel zullen worden onderworpen, geven. te uitbreiding onbelangrijke eene niet
van eene commissie van omdat de Raad van advies zeer verklaarbaar, al ware Departement van het onder Spoorwegdiensten Toezicht op de Waterstaat, Handel en Nijverheid, en de materie welke het hier geldt onder het Departement van Binnenlandsche Zaken ressorteert.
Andere leden achtten de
instelling
het alleen,
Het had de aandacht getrokken, dat hier de min vorm is gekozen „Wij behouden Ons voor bij algemeenen maatregel van bestuur te regelen" elders in het ontwerp Art.
354. gebruikelijke
:
;
algemeenen maatregel van bestuur wordt oordeel van verscheidene leden is eerstbehet geregeld". Naar doelde vorm uit staatsrechtelijk oogpunt juister. Andere leden konden dit niet toegeven. In elk geval scheen het wenschelijk in dit opzicht eenvormigheid te betrachten.
wordt gezegd;
„Bij
Artt. 359 en 360. Er werd op gewezen, dat het gevolg van de voorgestelde bepahngen kan zijn, dat er een openbaar middel' van vervoer niet in werking kan worden gehouden. De redactie van art. 360 munt niet uit door duidelijkheid, maar men meende aan toch te mogen aannemen, dat het woord „zij", voorkomende maar: regeling, ingezonden het slot van het artikel, niet ziet op de op de beslissing van den Minister. Is deze opvatting juist, dan tijdstip is aanzal dus, wanneer het in die beslissing aangewezen mogen werking in niet gebroken, het openbaar middel van vervoer regegoedgekeurde Minister den door geene blijven, aangezien er bestaat. rusttijden en dienstvan ling Verscheidene leden waren van oordeel, dat dit te ver gaat. Zij gaven in overweging het ontwerp in dier voege te wijzigen, dat de Minister, in de beslissing waarbij de regeling niet wordt goedgekeurd, tevens moet voorschrijven hoe de regeling zal behooren te zijn; tusschen het vaststellen en het inwerking treden van die beslissing zou dan toch nog eenige tijd behooren te wor1
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's