Sociale hervormingen - pagina 514
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
570 mogelijk zij. Dan toch zal zooveel mogelijk het in art. 1 7 1 bedoelde dagloon van den verzekerde met zijn werkelijk dagloon overeenkomen en de verzekerde geplaatst worden in de ge varenklasse,
waar
hij
thuis hoort.
Artikel 174. De bedoeling is, dat de categorieën van verzekerden in een klein aantal, b.v. in een drie- of viertal gevarenklassen zullen worden ingedeeld. De indeeling geschiedt naar de kosten, welke de verzekerden gemiddeld persoonlijk voor de verzekering opleveren. De kosten, welke de tot hun gezin behoorende personen, die ingevolge art. 12 verzekerd zijn, voor de verzekering opleveren, komen bij de indeeling dus niet in aanmerking.
Artikel 175 {2de lid). Staat vast tot welke categorie een verzekerde behoort, dan is meteen uitgemaakt tot welke gevarenklasse hij behoort, maar wegens het bepaalde in art. 173, tweede lid, nog niet hoe groot zijn dagloon is. De werkgever moet van de beslissing kennis bekomen om te weten, welke premie voor den verzekerde moet worden betaald. Artikel 176. Een belanghebbende in geval van overlijden is degene, die de begrafenis heeft bekostigd. Het bedrag van het hem toekomende begrafenisgeld is afhankelijk van het dagloon
van den overledene. Artikel 178. schrift
van
art.
Het
hier
bepaalde
is
eene sanctie op het voor-
175.
Artikel 186 ($de lid). Dat over dagen, voorafgaande aan het waarover de betaling loopt, premie kan verschuldigd zijn, een gevolg van het bepaalde in art. 27.
tijdvak, is
Artikel 188 (is te lid). Deze regeling schijnt de meest practische en niet onbillijk. De premie om te slaan over de werkgevers naar verhouding van het door ieder uitbetaalde loon zou met het oog op het geringe bedrag der premie veel te omslachtig zijn. In de meeste gevallen zal er onder de werkgevers van den verzekerde wel één zijn, die tegen de premiebetaling geen bezwaar heeft. Mocht dit in een enkel geval niet zoo zijn, dan kan de verzekerde gebruik maken van de hem bij art. 189 verleende bevoegdheid. (2de lid). De werkman kan dus met zijn werkgever in overleg treden omtrent de premiebetaling en aan de ziekenkas dien werkgever opgeven, die tegen de premiebetaling het minst bezwaar heeft.
Artikel 190. Op bladz. 8 dezer Memorie is medegedeeld, dat het deel van de premie, dat de werkgever behoort te dragen, voor de dienstbetrekkingen, welke het minst gevaar voor ziekte
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's