Sociale hervormingen - pagina 386
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
374 deels daarvan afhankelijk zijn, of die instrumenten kenlijk gebruikt worden voor een doel waartegen het zedelijkheidsgevoel in opstand komt. Ook boekwerken en platen kunnen, volgens de Memorie
de bedoelde voorwerpen worden gebracht. de grens te trekken zijn? Een hoogst wetenschappelijk boek kan handelen over onderwerpen welke men in goed gezelschap niet pleegt aan te roeren onder de beroemdste beeldhouwwerken zijn er die lichaamsdeelen te aanschouwen geven welker naam men zelfs niet pleegt te noemen. Zullen nu dergelijke boeken en afbeeldingen van die beeldhouwwerken behooren tot de in art. 66 bedoelde voorwerpen? Het scheen velen niet mogelijk een algemeenen regel te stellen waaraan de twijfel-
van Toelichting,
Waar
zal
tot
daarbij
;
achtige voorwerpen zullen kunnen worden getoetst. Naar het oordeel van verscheidene leden moet ten deze niet zoozeer worden gevraagd naar wat geschreven en wat afgebeeld ligt als wel naar de bedoeling waarmede dat is geschied is, het in die bedoeling zinnenprikkelend te werken, dan mag ook worden aangenomen, dat het voorwerp voor de eerbaarheid aanstootelijk is. Ook al is eene niet falende definitie niet te geven, zoo zal toch het gezond verstand schier in elk geval zonder veel moeite eene met de bedoeling van den wetgever strookende oplossing aan de hand doen. Als bewijs, dat ook de Regeering geen algemeenen norm voor zedelijkheid aanneemt, noemden sommige leden het feit, dat niet alleen de mannen in het geheele artikel niet genoemd ;
worden, maar ook voor de gehuwde vrouwen, blijkens de laatste zinsnede van het artikel, eene andere zedelijkheid schijnt te gelden dan voor de ongehuwde. Van verschillende zijden werd deze onderscheiding afgekeurd. Er waren leden, die, om niet alle vrouwen uit de bedoelde winkels te weren, hare toelating liever afhankelijk zouden zien gesteld van haar leeftijd dan van haar al of niet gehuwden staat; de vraag, of weduwen in die winkels mogen arbeiden, zou daardoor tevens ontgaan worden. Anderen meenden, dat de bepaling althans geen reden van bestaan heeft indien toch de winkelier niet uit eigen huisgenooten voor beweging zijne huisgenooten uit den winkel, waar hij voor de eerbaarheid aanstootelijke voorwerpen in voorraad heelt, verwijderd houdt, dan scheen het te vreezen, dat het zedelijk peil daar aan huis zoo laag is, dat het wettelijk verbod niets tot verheffing daarvan zou kunnen uitwerken. ;
67. Enkele leden meenden, dat er geen grond bestaat deze bepaling de vrouwen en niet de mannen op te nemen. nadeelige gevolgen van den hier bedoelden arbeid staan, meenden zij, voor mannen en vrouwen gelijk kunnen die voor mannen worden ondervangen, dan zal zulks voor vrouwen evenzeer het geval zijn. Gevraagd werd, waarom in dit artikel de redactie wordt ge-
Art.
om De
in
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's