Sociale hervormingen - pagina 56
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
46
Op
voetspoor van het Zwitsersche Verbintenissenrecht en in welk laatste wetBurg. Wetb. v. h. Duitsche Rijk boek dit denkbeeld echter niet consequent is doorgevoerd is de regeling van het Ontwerp algemeen voor allen, die tegen loon gedurende zekeren tijd in dienst van anderen arbeid verrichten, onverschillig welke namen of titels in het verkeer aan de partijen of aan de dienstbetrekking mogen worden gegeven. Voor hen allen is vaststelling van de rechtsgevolgen der overeenkomst noodzakelijk. Deze vaststelling te gieten in den vorm van ééne algemeene regeling is hoogst wenschelijk om twee redenen. Vooreerst wordt alleen op deze wijze vermeden, dat de wettelijke voorschriften het karakter dragen, althans dat daaraan het karakter wordt toegeschreven, van eene exceptioneele wetgeving voor sommige groepen van personen of klassen van burgers. Het zedelijke gezag der artt. 1637 1639 Burg. Wetb. heeft sedert jaren geleden onder het feit, dat zij slechts op sommige dienstverhuurders van toepassing zijn. Zelfs in een rechterlijk vonnis werd overwogen, dat de wetgever, „de huur van dienstboden en werklieden afzonderlijk regelende, met afwijking van de bepalingen, in het algemeen voor verbintenissen gesteld, zich kennelijk minder ten doel heeft gesteld de geschillen tusschen meesters en hunne dienstboden naar wijsgeerige regtsbeginselen te doen beslissen, dan wel die geschillen, dikwerf met opoffering van hetgeen in het afgetrokkene als regt en billijk kon beschouwd worden, voor eene gemakkelijke oplossing vatbaar te maken" (Kantongerecht n. 1 te Amsterdam, 26 Februari 186 1, W. v. h. R. n. 2304). Voor dergelijke beschouwing is volgens het Ontwerp geene plaats. Het belichaamt de gelijkstelling van allen voor de wet door algemeene regels te stellen voor allen zonder onderscheid 1). Zeker niet minder gewichtig is een practisch voordeel, dat aan dit systeem is verbonden. Wil men eene regeling tot stand brengen, bestemd om slechts voor sommige arbeiders te gelden, of wenscht men verschillende regelingen voor verschillende soorten van arbeiders, dan wordt het noodzakelijk, scheidslijnen te trekken. Nu is dit op papier zeer gemakkelijk. In het dagelijksch leven spreekt men van dienstboden, boerenknechts, ambachtslieden, fabrieksarbeiders, meesterknechts, kantoorbedienden, klerken, boekhouders, beambten, kunstenaars, huishoudsters, winkeljuffrouwen, enz., enz., enz. Wellicht kan men er in slagen, eene wetenschappelijke indeeling der arbeiders te ontwerpen, gelijk bijv. door Dankwardt {Jahrb. f. d. Dogmatik, dl. 14, blz. 232 het
—
het
—
—
•
i ) Op grond van dezelfde redeneering teekende Sainctelette (Louage de service, projet du gouvernement, Bruxelles 1893, bladz. 8) verzet aan tegen de beperkte strekking van het Belgische ontwerp van 1891, dat alleen de dienstbetrekking van ouvriers en domestiques regelde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's