Sociale hervormingen - pagina 127
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
389 door het bestuur der Rijksverzekeringsbank (art 78) worden veranderd of totdat de werkgever zijn bedrijf heeft gestaakt (art 79). Van het oogenblik af, dat de veranderde toestand is vastgesteld, zullen de veranderde opgaven als basis worden aangenomen van den toestand der onderneming. Artikelen 77 en 78. Daar de opgaven in het register geacht worden den werkelijken toestand van eene onderneming weer te geven, hebben zoowel de werkgever als het bestuur der Rijksverzekeringsbank er belang bij, dat de opgaven in het register steeds met den werkelijken toestand overeenkomen. Elke verandering dus, die wijziging tenvolge kan hebben van de ten name van een werkgever vermelde opgaven in het register, dient aan het bestuur bekend te
zijn.
HOOFDSTUK
V.
Van het opbrengen der middelen
tot dekking
der uitgaven. Volgens de bepalingen der Ongevallenwet 1901 worden de volgens die wet verzekeringsplichtige bedrijven bij algemeenen maatregel van bestuur ingedeeld in gevarenklassen naar evenredigheid van het gevaar, dat zij voor de verzekering opleveren. Elke ge varenklasse bevat een aantal ge varenpercenten, zoodat aan de ondernemingen, welke wegens het daarin uitgeoefende bedrijf in eenzelfde gevarenklasse vallen, een gevarenpercentage kan worden toegewezen, dat de mate van het gevaar uitdrukt, hetwelk die ondernemingen ten opzichte van elkander voor de verzekering opleveren (art. 31). Het bestuur der Rijksverzekeringsbank deelt de verzekeringsplichtige onderneming in eene gevarenklasse in met toewijzing van een gevarenpercentage (art. 37, eerste
lid).
Volgens bedoelde wet worden de middelen tot dekking gedeeltelijk opgebracht volgens den maatstaf van een bij algemeenen maatregel van bestuur vast te stellen tarief en van het in eene onderneming door de werklieden verdiende loon. Dit tarief wijst aan welke premie per één gulden loon voor elk gevarenpercent verschuldigd
is
Deze weg
(art.
42). in dit
ontwerp niet ingeslagen. De onderneming, waarin het zeevisschersbedrijf wordt uitgeoefend, wordt niet in eene gevarenklasse geplaatst noch wordt aan haar een gevarenpercentage toegekend. Volgens art. 83, eerste lid, wordt een tarief vastgesteld, dat voor de verschillende soorten van verzekerde werkgevers en van werklieden in verband met de door hen verrichte werkzaamheden in het zeevisschersbedrijf, naar evenredigheid van het gevaar, dat die werkzaamheden voor de verzekering opleveren, de premie per één gulden dagloon aanwijst. is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's