Sociale hervormingen - pagina 58
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I.
48 Artikel 129. (i)
Met
het
opsporen van de
artikelen ii6 tot en
met
feiten, strafbaar gesteld in
de
de ambtenaren in dienst der Bank en de leden der commissies, bedoeld in artikel 13. Met het opsporen van de feiten, strafbaar gesteld in de (2) artikelen 119, laatste lid, 121, 123, 124 en 125, zijn mede belast de bij n". i tot en met n". 6 van artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen personen, de marechaussee en alle ambtenaren van Rijks- en gemeentepolitie. 127, zijn belast
Artikel 130.
De
leden van het bestuur der Bank en de personen, aan de wet, bedoeld in artikel 5, benevens alle personen in dienst der Bank en de leden der commissies, bedoeld in artikel (i)
te wijzen bij
13, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen zij in hunne hoedanigheid vernemen, voor zoover dit niet in strijd is met de bepalingen van deze of van een andere wet. De in artikel 129 bedoelde personen zijn verplicht tot ge(2) heimhouding van hetgeen hun in plaatsen, waar zij ter uitvoering dezer wet binnentreden, omtrent het daar uitgeoefende bedrijf is bekend geworden, voor zoover dit niet in strijd is met de bepalingen van deze of van een andere wet.
Artikel 131. (i)
Hij,
die
opzettelijk
de
bij
het vorige artikel opgelegde
met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste zes honderd gulden, met of zonder ontzetting van het recht om ambten of bepaalde ambten te bekleeden. Hij, aan wiens schuld schending van die geheimhouding (2) te wijten is, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste drie honderd gulden. Geen verv^olging heeft plaats dan op klachte van het hoofd (3) of den bestuurder van de onderneming of de inrichting of van hem, ten aanzien van wien de geheimhouding geschonden is. geheimhouding schendt, wordt
gestraft
Artikel 132.
De
deze wet strafbaar gestelde feiten worden beschouwd behalve de feiten, straf baar gesteld bij de artikelen 119, laatste lid, 121, 123 en 131, welke als misdrijven worden bij
als overtredingen,
beschouwd. Artikel 133.
Van overtredingen dezer wet door militairen begaan neemt de burgerlijke rechter kennis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's