Sociale hervormingen - pagina 381
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
369
verbod tot het voltooide dertiende jaar en hetgeen in het ontwerp wordt voorgesteld is zeker niet groot, maar op den i3Jarigen leeftijd werd door deze leden ook alleen aangedrongen als een overgangsmaatregel om geleidelijk tot den i4Jarigen te komen. De leden, die zich met hetgeen in het ontwerp wordt voorgesteld konden vereenigen, meenden, dat deze laatste verklaring van hen die verder willen gaan tot nog grootere voorzichtigheid moet aansporen. De bezwaren tegen de dertienjarige leeftijdsgrens wogen bij hen nog zwaarder, nu de bedoeling werd uitgesproken den leeftijd nog hooger te stellen zij wezen er op, dat het verbod om arbeid te verrichten niet verder mag gaan dan vereischt wordt om de gelegenheid te geven het noodige onderwijs te ontvangen. Zou men nu dat onderwijs willen uitbreiden, dan zou daarvan een opdrijving van de kosten ten behoeve van het onderwijs het onvermijdelijk gevolg zijn immers noch de scholen, noch het onderwijzend personeel zouden aan uitbreiding kunnen ontgaan, indien het aantal leerlingen aanzienlijk grooter werd. Een ander bezwaar, dat bij velen van deze leden zwaar woog, had betrekking op de derving van verdiensten, welke voor de meeste gezinnen van eene verhooging van de leeftijdsgrens, waarbeneden geen arbeid mag worden verricht, het gevolg zou zijn. In de besnoeiing van de inkomsten van het gezin was een der grieven van deze leden gelegen tegen de Leerplichtwet; zij wenschten daarom thans er niet toe mede te werken door verder verbod van arbeid die inkomsten nog meer te drukken. ;
;
De opmerking werd gemaakt, dat, ten gevolge van het algemeene verbod voor kinderen om arbeid te verrichten, een kind voortaan niet alleen geen boodschap ten behoeve van het bedrijf zijner ouders, maar zelfs geen enkele boodschap voor zijne ouders zal mogen doen, indien dezen daarmede eenige winst of voordeel willen behalen, zooals blijkt uit de in art. 2 opgenomen bepaling. Verscheidene leden konden zich met deze wijde strekking van het verbod niet vereenigen. Zij wezen er op, dat in tal van gezinnen door de kinderen dergelijke kleine diensten worden verricht, welke noch voor hunne lichamelijke noch voor hunne geestelijke ontwikkeling eenig nadeel opleveren men denke b.v. aan zoovele mingegoeden in de groote steden, die de schoone mutsen voor in dienstbetrekking zijnde meisjes door jonge kinderen laten bezorgen, voorts aan melkslijters en tal van kleine winkeliers, wier kinderen vaak vóór schooltijd behulpzaam zijn in het rondbrengen der waren bij de klanten. Nu kan het stellig voorkomen, dat in dit opzichtteveel van de kinderen wordt gevergd en zij dientengevolge reeds vermoeid zijn wanneer zij ter school komen, maar in vele gezinnen zal dit niet het geval zijn trouwens, reeds door het bezorgen van één enkel voorwerp zal in strijd met de wet worden gehandeld. Gevolg zal zijn, dat de vader, die, om zijne klanten niet te verliezen, moet zorgen dat zij het bestelde op den door hen verlangden tijd ontIII. 24 ;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's