Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Sociale hervormingen - pagina 233

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sociale hervormingen - pagina 233

voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.

3 minuten leestijd

28g

op de verhandeling: „Overmacht of onmogelijkheid? (Naar aanleiding van art. 1639.3; van het ontwerp van wet op het arbeidscontract)", van de hand van prof. mr. J. F. HOUWING, opgenomen in de laatst verschenen aflevering van het Rechtsgeleerd Magazijn (1904, bladz. 250 en volg.). Een dieper ingaan op de leer der overmacht doet den schrijver in deze verhandeling tot de slotsom komen, dat men dient te breken met de onderscheiding tusschen „grondige" en „gewichtige" redenen, waaraan, in strijd met het stelsel van het Burgerlijk Wetboek, het denkbeeld ten grondslag ligt, als zoude men ter bepaling van wat overmacht met de billijkheid geen rekening behoeven te houden. Art. is, 1639 jc, meent de schrijver, moet vervallen, zoodat men zich dan eenvoudig bepaalt tot het voorschrift van art. 1639 q, gewijzigd in den geest van het ontwerp-DRUCKER de artt. 1639 ren 1639 s verliezen dan hun reden van bestaan, terwijl ook aan het afzonderlijk voorschrift in art. 1639/ geen behoefte meer bestaat. De schrijver is van oordeel, dat men alleen door zoodanige regeling door het Burgerlijk Wetboek zelf in de artt. blijft in de lijn, 1280 en 1281 getrokken. De Commissie van Rapporteurs meent, dat het niet op haar weg kan liggen deze, haars inziens, belangzij wenscht er echter op rijke beschouwingen hier te bespreken te wijzen, dat aan het stelsel van het ontwerp een niet te onderschatten voordeel is verbonden, dat, bracht men des schrijvers denkbeelden in toepassing, zou worden gemist, dat nl. thans de partij, die de arbeidsovereenkomst ontbonden wil hebben verklaard, door den kantonrechter van te voren doet onderzoeken, of daarvoor gewichtige redenen bestaan, terwijl zij anders, als het ware op eigen risico, de dienstbetrekking zou moeten verbreken, met de kans, dat later de rechter zou uitmaken, dat die verbreking onrechtmatig is geweest. Gevraagd werd, of er wel voldoende reden was, hier van de gewone proces-orde af te wijken door als bevoegd aan te wijzen den rechter van het kanton, waarin de partij die als het ware als eischeres optreedt, haar werkelijk verblijf houdt. Sommige leden zouden in de bepaling van het tweede lid naast „veranderingen in den persoonlijken of vermogenstoestand des verzoekers" ook veranderingen in zijn huiselijken toestand uitdrukkelijk willen hebben genoemd. Men meende, dat deze bepaling naar haren aard als dwingend recht is te beschouwen, doch achtte het niettemin wenschelijk, ook bij dit artikel het afwijkend beding opzettelijk te verbieden. ;

;

Artikel IV.

Opgemerkt werd, dat ook de bepaling van art. 1950, 3 ., niet ongewijzigd zal kunnen blijven en met de terminologie van de nieuwe regeling in overeenstemming zal moeten worden gebracht. staat immers niet vast, al is het wel waarschijnlijk, dat de

Het

11.

19

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's

Sociale hervormingen - pagina 233

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905

Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's