Sociale hervormingen - pagina 287
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
343
met bestemming voor zijn eigen zak, wat de arbeider een onwilligen werkgever slechts door middel van een rechtsgeding zoude kunnen erlangen, kan, naar de ondergeteekende thans van meening is, niet liggen op des wetgevers weg. In dezen gedachtengang nu is de nieuwe regeling ontworpen, eene regeling waardoor, naar het wil voorkomen, het beoogde te houden,
van
doel wordt bereikt. Bij de kennisneming van de eerste plaats, dat het staangeld
het vermogen
nieuwe bepalingen
blijkt in
de
niet meer deel uitmaakt van des werkgevers. Niet alleen moet het ingehouden
bedrag binnen drie dagen ten name des arbeiders bij de Rijkspostspaarbank zijn belegd, doch ook vóór die belegging, van het oogenblik waarop het overige gedeelte van het loon uitbetaald wordt, verkrijgt de arbeider den eigendom van het staangeld. Niet alleen blijft het dus ingeval van faillissement des werkgevers buiten diens boedel, doch de werkgever, die het zich zoude toeëigenen, zou zich schuldig maken aan het misdrijf van verduistering. Het is dus ook in het belang des werkgevers het staangeld zoo spoedig mogelijk ter spaarbank te brengen. Eene belangrijke wijziging is voorts gelegen in de bepaling: „ten einde op dit bedrag de schadeloosstelling te kunnen verhalen, welke door den arbeider bij het einde der dienstbetrekking .... verschuldigd mocht zijn." Hieruit immers blijkt, in verband met de belegging van het staangeld, dat de werkgever, indien de arbeider de verschuldigdheid der schadeloosstelling ontkent of bestrijdt of uit eenigen hoofde weigert aan 's werkgevers eisch te voldoen, denzelfden weg zal moeten inslaan ter verkrijging van hetgeen hij beweert, dat hem ter zake toekomt, als de arbeider die in gelijke omstandigheden verkeert. Ook hij zal eene rechtsvordering moeten instellen. Het eenige, maar ook afdoende, verschil met den tegenwoordigen toestand is dit, dat de werkgever voortaan zich de zekerheid zal kunnen verschaffen, dat er verhaal bestaat voor zijne vordering en dat dus zijne procesvoering, mits hij het recht aan zijne zijde hebbe, geene nuttelooze tijd- en geldverspilling behoeft te zijn. Wat het bedrag van het staangeld betreft, heeft de ondergeteekende mede gemeend tot op zekere hoogte althans de in het Voorloopig Verslag uiteengezette denkbeelden in toepassing te mogen brengen. Hij erkent volgaarne, dat de inhouding van een belangrijk bedrag voor vele arbeiders bezwarend zou kunnen zijn, doch daartegenover staat, dat de bevoegdheid des werkgevers tot inhouding van het staangeld van weinig practische beteekenis zoude wezen en vaak slechts twijfelachtig nut zoude opleveren, indien het staangeld aanmerkelijk minder zou bedragen dan de verschuldigde schadeloosstelling. Ten einde beide klippen te vermijden, is een middenweg gekozen als regel geldt, dat het staangeld niet hooger mag zijn dan de verschuldigde schadeloosstelling, doch is deze hooger dan het in geld vastge;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's