Sociale hervormingen - pagina 170
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
158
toestand veel te wenschen overliet. Met het oog daarop komt het den ondergeteekende noodzakelijk voor om voor fabrieken en werkplaatsen, die als zoodanig na het in werking treden van deze wet worden gebouwd, als eisch te stellen, dat zekere verhouding moet bestaan tusschen het oppervlak der lichtopeningen en het grondvlak van elk werklokaal. Uitteraard moet worden onderscheiden of de lichtopeningen uitsluitend helder en ongekleurd glas bevatten of niet. In art. 94 wordt voorgeschreven, dat verschillende deelen der fabriek of werkplaats alsook hare aanhoorigheden, wanneer een en ander moet worden gebruikt of betreden, voldoende moet zijn verlicht. Dat voorschrift komt niet alleen het houden van toezicht ten goede, maar is ook zeer gewenscht om ongevallen te
voorkomen.
Ten
slotte is in art.
95 bepaald, dat het aanbrengen van eene deze is vaak noodzakelijk
kan worden gelast
noodverlichting
;
waar van een centraal verlichtingsstelsel wordt gebruik gemaakt. Dat overal, waar van zoodanig stelsel wordt gebruik gemaakt, eene noodverlichting ter beschikking moet zijn, komt niet noodig
De
noodzakelijkheid daarvan zal afhankelijk zijn van het waaraan de arbeiders blootstaan, wanneer het centrale verlichtingsstelsel plotseling dienst weigert. In verband daarmede wordt aan den bevoegden ambtenaar overgelaten te beoordeelen, wanneer eene noodverlichting beschikbaar zal moeten zijn en wanneer niet. voor.
gevaar,
—
De voorschriften, vervat in de hiernevens aanArit. 96 117. gehaalde artikelen, zijn voor het overgroot gedeelte ontleend aan de artt. 11 en 12 van het Veiligheidsbesluit. In de artt. 96 tot 105 zijn voorschriften opgenomen, die van toepassing zijn zoowel op fabrieken als op werkplaatsen. Art. 96. Onder vuurplaatsen kunnen geen vloeren worden toegelaten, vervaardigd van brandbaar materiaal. Eene bekleeding is noodig om gevaar voor brand te keeren. Bovendien moet de bekleeding aan de zijde, waar het vuur gevoed of gestookt wordt, aanzienlijk uitsteken. Moest volgens het Veiligheidsbesluit deze bekleeding aan alle zijden iets uitsteken en aan de zijde, waar open vuur brandt of gestookt wordt, tot ten minste 0.3 M., thans wordt bepaald, dat bekleeding alleen aan den zooeven bedoelden kant i M. moet uitsteken. Bij kachels en kleine fornuizen kan worden volstaan met eene vloerbekleeding, vervaar-
digd van
maar
ijzer of
niet te
ander brandvrij materiaal, wanneer de bekleeding door het vuur, hetwelk zich daar-
warm kan worden
boven bevindt. Art. 98. stof
Bij
aanwezig
de beoordeeling der vraag, hoeveel van de vloeizijn, komt uit den aard der zaak in aanmerking
mag
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's