Sociale hervormingen - pagina 71
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I.
6i nooit huwt, toch voor weduvvrente betaalt. Daarin ligt geen De premie voor het totaal der weduwenrenten wordt omgeslagen over alle mannelijke werklieden, onverschillig of zij in het huwelijk treden; hetzelfde geschiedt ten aanzien van de burgerlijke ambtenaren in dienst van het Rijk. die
onbillijkheid.
De vrouwelijke werklieden, gehuwde zoowel als ongehuwde, betalen bij verzekering uit eigen hoofde alleen voor haar eigen rente en zouden dus een lagere premie moeten betalen dan de man, die voor zijn eigen rente en voor die zijner weduwe betaalt. Met het oog op de voor de vrouw gunstige bepalingen van het tweede lid van art. 53 en vooral van art. 56 is het echter niet de vrouw een gelijke premie als de man te doen betalen. vrouw, die niet huwt, trekt wel is waar uit die bepalingen geen voordeel, maar bij de onzekerheid of een vrouw al dan niet huwen zal, moeten, zal de regeling niet te ingewikkeld en daardoor in de practijk moeilijk uitvoerbaar worden, de aan de vrouw op te leggen lasten omgeslagen worden over alle vrouwen, zonder te onderscheiden tusschen gehuwden en ongehuwden. Is dus het heffen van een gelijke premie van mannen en vrouwen, gehuwd en ongehuwd, zeer goed te verdedigen, ondergeteekenden meenen er ten overvloede op te moeten wijzen, dat een andere regeling niet wel mogelijk is in het stelsel van het ontwerp, waarin de premie voor de helft door den wetgever wordt gedragen (zie § 8). Was de premie van de vrouw lager dan die van den man, of de premie van den ongehuwden man lager dan die van den gehuwden, dan zouden de werkgevers met het oog op de premie aan vrouwelijke of aan ongehuwde mannelijke werklieden de voorkeur geven boven mannen of gehuwde mannen. Dit zou reeds voldoende zijn om alle werklieden, in dezelfde loonklasse, een even hooge premie te doen betalen. Zie verder over de rente der weduwe de toelichting van de onbillijk
De
art.
50—56.
Weezenrente kent het ontwerp niet. Het geldt hier uit§ 4. sluitend de verzekering van hen, die door arbeid in hun onderhoud voorzien, voor het geval zij daartoe buiten staat geraken, en in dat kader past de weezenverzekering niet. De redenen, die er toe leiden de weduwe van een verzekeringsplichtigen werkman een rente te verzekeren, zijn niet van toepassing ten aanzien van diens weezen. De zorge voor de weezen zal, blijkt zulks noodig, later afzonderlijk zijn te
overwegen.
Behoort te worden onderscheiden naar de soort van arbeid, 5. de bron is van het inkomen? Twee vragen staan hierbij op den voorgrond: §
die
1**.
behooren ook
arbeid verrichten,
bijv.
die meer geestelijken dan lichamelijken kantoorbedienden, onderwijzers, of behooren
zij,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's