Sociale hervormingen - pagina 125
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
113 4". behalve het onder 3". bepaalde moet aan de daar bedoelde personen de noodige tijd van rust voor het gebruik van maal-
tijden
worden toegekend
;
bovendien moeten ten minste 26 dienstvrije tijden, waarop Zondag of op een algemeen erkenden Christelijken feestdag moeten vallen, worden toegekend. 5".
van
8
Het boven onder i". tot 4". opgenoemde geldt, behoudens onvoorziene omstandigheden, waaronder evenwel niet mogen worden verstaan omstandigheden en bijzondere dienstverrichtingen, als door bestuurders hadden kunnen worden voorzien. Bovendien kan door den Minister vrijstelling worden verleend, geheel, gedeeltelijk of voorwaardelijk voor personeel op minder belangrijke stations, halten en posten of voor personen, die gedurende hun diensttijd niet voortdurend werkzaam zijn of ten opzichte van wie handhaving der voorschriften niet in het belang van de behoorlijke uitoefening der spoorwegdiensten of van de veiligheid van het verkeer vereischt wordt. De spoorwegen, waarop uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd, worden onderscheiden in locaalspoorwegen en tramwegen naar gelang van de maximum snelheid, waarmede wordt vervoerd. Voor het personeel, werkzaam op locaalspoorwegen, geldt hetzelfde samenstel bepalingen als voor het personeel, werkzaam op de gewone spoorwegen art. 7 6 van het Koninklijk besluit van 18 Augustus 1902 [Staatsblad v^. 170) deel A.
—
Voor de beambten der tramwegen, wier werkzaamheden op de van het verkeer van invloed kunnen zijn, mag:
veiligheid
i". geen bedragen
diensttijd
meer
dan
16
achtereenvolgende
2". de gezamenlijke duur der diensttijden in elke volgende etmalen niet meer bedragen dan 44 uren
3
uren
achtereen-
3". moet tusschen twee achtereenvolgende diensttijden een onafgebroken rusttijd zijn gelegen van i o uren
4".
van
moeten gedurende den diensttijd de noodige korte tijden worden toegekend tot het gebruiken der maaltijden.
rust
De regeling van de 26 dienstvrije tijden, die geldt voor het personeel der gewone spoorwegen, is ook van toepassing op het personeel der tramwegen, terwijl door den Minister vrijstelling is te verleenen indien dit naar zijn oordeel met de veiligheid van het verkeer is overeen te brengen. Uit het medegedeelde blijkt, dat de vermelde bepalingen geenszins toepasselijk zijn op het geheele personeel van alle openbare middelen van vervoer. Uit het voorschrift van art. 4 der wet van 9 Juli 1 900 {Staatsblad n". 1 1 8) blijkt bovendien, dat de bepaIII.
8
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's