Sociale hervormingen - pagina 136
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
124 niet
aanwezig,
zelfs
niet in
de schilderswerkplaats, waar af en
De eenige trap, toe met loodhoudende verfstoffen wordt gewerkt. opleveren. gevaar kon die naar den zolder leidde, Het ontwerp bepaalt, dat als arbeid wordt beschouwd de werkzaamheid in een dergelijke inrichting, wanneer de daar tegen een geldelijke belooning bewerkte of wel de daar vervaardigde voorwerpen worden verkocht of anders dan om niet verloot. hoofd Niet alleen wanneer de verkoop of de verloting door het
werkof den bestuurder der inrichting plaats heeft, worden de zaamheden als arbeid aangemerkt, maar ook, wanneer de verkoop of de verloting geschiedt vanwege dat hoofd of dien bestuurder. Zulks is noodig ten einde ontduiking der bepaling tegen te gaan. In het artikel is sprake van eene inrichting voor vakonderwijs
de bestaande Arbeidswet wordt in art. 24 gesproken van ambachts- of vakscholen. Aan de ruimere uitdrukking heeft de ondergeteekende gemeend de voorkeur te moeten geven omdat daaronder ook de teekenschool moet worden gerangschikt, terwijl kan het zeer twijfelachtig is of deze als ambachts- of vakschool worden aangemerkt. Voor zooveel noodig zij verwezen naar art. 266, waarin onder bepaald, dat de voorschriften, die eene beperking van h. wordt den arbeidsduur inhouden, niet op inrichtingen voor vakonderwijs in
van toepassing
zijn.
Artikel 4. Mede in aansluiting met hetgeen te dien aanzien categorieën in de bestaande Arbeidswet geldt, worden eenige van werkzaamheden onttrokken aan de werking van de wet.
Het hier opgenomen voorschrift is in gewijzigden vorm a. terug te vinden in art. 1 der bestaande Arbeidswet en in art. 29 genoemde der VeiHgheidswet, met dit onderscheid evenwel, dat die terwijl veenderij, de op zijn toepassing wetten niet van volgens het ontwerp wel aan de wettelijke regehng zal zijn onderworpen. Ziet de ondergeteekende geen aanleiding om den landbouw, tuinbouw, boschbouw en de veehouderij aan de werking het der wet te onderwerpen, waar deze bedrijven met opzet bij voorde aan Veiligheidswet tot stand komen van Arbeidswet en veenderij schriften van deze wetten bleven onttrokken, met de staat het anders.
Koninklijke Boodschap van 29 October 1888 aan de Tweede Kamer ingediende ontwerp-Arbeidswet werd de veenderij genoemd onder de in art. i opgenomen uitzonderingen, zoodat de veenderij niet onder de wet viel. Als motief van deze en eenige andere uitzonderingen werd in de Memorie van Toelichting {Handelingen der Staten-Generaal, Bijlagen 1888— 1889, 53, 3) medegedeeld, dat de veldarbeid niet onder het bereik der verschillende verbodsbepalingen moest vallen, omdat het onderzoek In
het
bij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's