Sociale hervormingen - pagina 146
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
4o8
kundige behandeling en op een ziektegeld van den derden dag ziekte af, ten bedrage van de helft van het dagloon. Bij ziekte tengevolge van een bedrijfsongeval wordt dit ziektegeld van de 5de week af tot aan de 14de week na het ongeval verhoogd tot ten minste '/s van zijn loon. Heeft de verzekerde in geval van ziekte geen wettelijke aanspraak op ondersteuning tegenover den reeder of de ziektekassen, dan heeft hij aanspraak op ondersteuning ten koste van den ondernemer in wiens onderneming hem het ongeval is overkomen. De aard dier ondersteuning wordt voor zeelieden geregeld naar de bepalingen van het Handelsgesetzbuch en van de Seemannsordnung voor de overige verzekerden naar de bepalingen van de Krankenversicherungsgesetz, met dien verstande, dat ook hier de vijfde week een verhoogd ziekengeld wordt gegeven. Voor de kleine zeevaart (dus ook voor een deel der zeevisscherij) zijn voor de eerste 13 weken na het ongeval de in de Krankenversicherungsgesetz vermelde kosten der geneeskundige hulp en van het ziektegeld gelegd op de gemeenten, binnen wier territoir de onderneming is gevestigd, voor zoover de getroffene zich niet in het buitenland bevindt of op grond van de ziekteverzekering of van andere verplichtingen aanspraak kan maken op gelijke vergoeding. Voor zoover deze verplichtingen niet door de daartoe aangewezen personen worden nagekomen, moet de gemeente deze overnemen met recht van verhaal op de nalatigen. zijner
;
Bereke7iing van het loon. Voor verschillende categorieën van verzekerden wordt een verschillende maatstaf aangenomen. Als jaarloon voor de tot de bemanning van een vaartuig behoorende personen geldt het elfvoud van het door den Rijkskanselier vastgestelde gemiddelde bedrag, dat bij de aanmonstering g'emiddeld per maand als loon of gage is bedongen, waarbij dan als vergoeding voor de op zee gewaarborgde voeding gevoegd wordt een bedrag gelijkstaande met \ van het voor volmatrozen geldende gemiddelde loonbedrag. Voor die klassen der bemanning, die boven hun loon of gage gewoonlijk andere nevenverdiensten hebben, moet bij de vaststelling van het gemiddelde bedrag ook de gemiddelde geldswaarde dezer bijzondere inkomsten in rekening worden gebracht. Het gemiddelde bedrag wordt door den Rijkskanselier, na raadpleging van de Landes-Zentralbehörden gelijkelijk voor de geheele Duitsche kust vastgesteld. Als grondslag wordt genomen het loon van volmatrozen op Duitsche schepen, gedurende de laatste drie jaren, waarin geen mobilisatie van Duitsche strijdkrachten heeft plaats gehad. Herziening vindt ten minste eens in de vijf jaren plaats. De vaststelling geschiedt afzonderlijk voor volmatrozen, stuurlieden, machinisten, de overige scheepsofficieren en den schipper. Ook kunnen meer onderscheidingen gemaakt worden naar de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's