Sociale hervormingen - pagina 121
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel III.
I09
Met het oog daarop is vooreerst al hetgeen het Veiligheidsbesluit geldt voor inrichtingen, waar tien of meer personen plegen te verblijven, van toepassing verklaard op alle inrichtingen, waar vijf of meer personen plegen moeten worden
gesteld.
thans krachtens
te
verblijven. Voorts zijn ook aan de inrichtingen, waar een kleiner aantal personen pleegt te verblijven, enkele eischen
nog
gesteld.
Met betrekking tot de werkplaatsen, waar een enkel persoon werkzaam is, wordt verwezen naar art. 252. IIL Besluiten ingevolge Arbeids- en Veiligheidswet. Behalve aan de Arbeidswet en de Veiligheidswet is aan de uit die wetten voortgevloeide algemeene maatregelen van bestuur een deel ontleend van de materie, die in het ontwerp is behandeld. De ondergeteekende meent, dat er alleszins aanleiding bestaat om die besluiten in het ontwerp op te nemen. Hier ter plaatse zij er slechts de aandacht op gevestigd, dat het ontwerp zich niet tot het bloot overnemen heeft bepaald, doch dat ten aanzien van elk voorschrift met de inspecteurs van den arbeid nauwkeurig werd nagegaan in hoever het in de practijk had voldaan en op welke punten verder kon worden gegaan of meer preciese voorschriften konden worden gegeven. Aan het opnemen dezer besluiten in de wet is zeker het bezwaar verbonden, dat wijziging daarvan minder gemakkelijk wordt. Ten einde aan dit bezwaar dat zich trouwens alleen zal doen gevoelen indien nieuwe industrieën ontstaan of wel gansch andere methoden van werken worden ingevoerd tegemoet te komen is de bepaling opgenomen, dat bij algemeenen maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat sommige arbeid niet dan bij het in acht nemen van zekere voorwaarden mag worden verricht (art. 235) terwijl ook een verbod om eiken arbeid te verrichten kan worden opgenomen. Zoo doende zal niet telkens wetswijziging noodig zijn. Hebben de nieuw bij besluit te geven voorschriften hunne deugdelijkheid in de practijk bewezen, dan kunnen zij bij voorkomende gelegenheid in de wet worden vastgelegd. Eene behoorlijke codificatie blijft dusdoende verzekerd.
—
—
IV. Beperking van arbeidsduur van mannen in bepaalde bedrijven. Door het vorig Kabinet werd bij Koninklijke boodschap van 26 November 1898 een ontwerp van wet aanhangig gemaakt, hetwelk onder meer strekte om den arbeidsduur te beperken van volwassen mannen, die in aan te wijzen fabrieken en werkplaatsen werkzaam zijn. Ook naar de meening van den ondergeteekende bestaat er aanleiding om den arbeidsduur voor zeker deel der mannelijke volwassen arbeiders aan beperking te onderwerpen. Ten einde dit nader toe te lichten volgt hier eene uiteenzetting- van hetgeen naar de overtuiging van den ondergeteekende door de Overheid in het oog is te houden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's