Sociale hervormingen - pagina 152
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
;
414 gaan, eene rente, welke gelijk is aan de helft der rente van de weduwe of de kinderen, varieerende tusschen g6 en 125 fr. De ascendenten kunnen hun recht slechts doen gelden indien ten minste 60 jaren oud zijn en recht op onderhoud hebben. zij De renten worden tot op de helft verminderd indien eene invaliditeitsrente (demi-solde) wordt genoten. Het recht op eene rente sluit niet uit, dat de belanghebbende, volgens het gemeene recht, rechtstreeks vergoeding vraagt aan hen, die verantwoordelijk zijn voor de daden, welke zij opzettelijk of door grove onachtzaamheid veroorzaakt hebben en indien daaruit het bedrijfsongeval is ontstaan. Deze vergoeding wordt in mindering gebracht op de rente. De renten en andere uitkeeringen beginnen te loopen voor de verzekerden van den dag af, dat zij opgehouden hebben hun loon te ontvangen, overeenkomstig art. 262 Code de Commerce (dit artikel luidt: Ie matelot est payé de ses loyers, traite et pansé aux dépens du navire, s'il est tombe malade pendant Ie voyage, ou s'il est blessé en combattant contre les ennemis et les pirates); de overige rechthebbenden ontvangen hunne rente van den dag af, van het overlijden van den verzekerde, of, bij vermissing, van den dag af, dat voor het laatst van den vermiste is gehoord. De rente vervalt, indien de gerechtigde tegen loon deel gaat uitmaken van de bemanning van een koopvaardijschip of visschersvaartuig of van een pleiziervaartuig, waarop gemonsterd wordt.
Middelen tot dekking. Jaarlijks wordt het kapitaal opgebracht benoodigd om de te betalen renten te dekken. De middelen tot dekking worden opgebracht: 1.
dan
door den verzekerde tot een bedrag van 1V2 pet. van zijn bepaalde categorieën van verzekerden mag niet meer fr. per maand gevorderd worden
Van
loon. 2
door de reeders van vaartuigen, bestemd voor de groote de groote en kleine kustvaart, de groote en kleine visscherij en den loodsdienst en door de eigenaren van pleiziervaartuigen, waarop gemonsterd wordt. Deze werkgevers dragen V2 pet. bij van het loon van hunne werklieden. Eene uitzondering hierop maakt de ondernemer-eigenaar van vaartuigen, bestemd voor de kleine visscherij, den loodsdienst en de kleine kustvaart, die zelf deel uitmaakt van de bemanning. Voor hem bedraagt de jaarlijksche bijdrage: 2.
vaart,
I
a.
voor de schepen, die uitsluitend varen in de zeem ondingen enz. en in de zeehavens 3 fr. per lid der
van rivieren, kanalen bemanning; b.
voor de vaartuigen bestemd voor de kleine visscherij, de fr. per hoofd;
kleine kustvaart en den zeeloodsdienst, 4
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's