Sociale hervormingen - pagina 78
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
340 afgeloopen jaar aan ondernenierswinst heeft verdiend. Bij de regeling der verzekering in het zeevisschersbedrijf doet zich deze moeiUjkheid niet voor. Reeds boven is betoogd, dat het individueele loon van den zeevisscher niet als basis kan worden aangenomen voor de berekening der schadeloosstellingen en der premie. In dit ontwerp is dan ook voor de verschillende soorten van verzekerden een gefingeerd dagloon aangenomen, zoodat in den regel geene rekening behoeft te worden gehouden met het individueele loon, dat in het voorafgaande jaar is verdiend. Waar dus voor den werkman in het zeevisschersbedrijf een bepaald bedrag als zijn dagelijksche verdienste wordt aangenomen, daar kan ook voor den werkgever-zeevisscher zonder bezwaar dezelfde weg worden ingeslagen, zoodat ook te zijnen aanzien een gefingeerd bedrag zal worden aangenomen, dat als zijne verdienste zal gelden, zonder dat men rekening heeft te houden met de netto-winst door hem in het afgeloopen jaar gemaakt. Op grond nu van de overwegingen, dat de wijze van uitoefening van het kleine zeevisschersbedrijf zich meer aansluit bij die der grootvdsscherij, dan bij die der bedrijven, genoemd in de Ongevallenwet 1901, en dat de oeconomische toestand van den kleinen werkgever-visscher voor hem eveneens eene verplichte verzekering noodig maakt, komt het den ondergeteekenden wenschelijk voor de visscherij op rivieren en binnenwateren, voor zoover uitgeoefend op de Zuiderzee, langs de kusten van Friesland en Groningen en op de Zeeuwsche en Zuidhollandsche stroomen, niet onder de bepalingen der Ongevallenwet 1901 te laten, maar dien tak van nijverheid in de regeling der grootvisscherij op te nemen.
Bovenstaande
overwegingen hebben den ondergeteekenden er
toe gebracht voor de zeevisscherij eene afzonderlijke regeling in
zoowel de Noordzeevisscher als hij, van Friesland en Groningen en op de Zeeuwsche en Zuidhollandsche stroomen de visscherij uitoefent volgens de bepalingen van dit ontwerp verzekerd zal zijn.
het
leven
te roepen, zoodat
die op de Zuiderzee, langs de kusten
§ 4.
Organisatie der Verzekering.
Eenmaal besloten de verzekering der werklieden in het zeevisschersbedrijf afzonderlijk te regelen, stonden de ondergeteekenden voor de vraag welke organisatie voor de verzekering te kiezen. Aanvankelijk heeft men gemeend, dat de uitvoering dezer verzekering in de handen der belanghebbenden zelf diende te worden gelegd. In dezen geest is dan ook een voor-ontwerp van wet in gereedheid gebracht, waarbij de uitvoering werd opgedragen aan twee Bedrijfsvereenigingen, de eene voor de grootvisscherij op de Noordzee, de andere voor de Zuiderzeevisscherij en de kustvisscherij langs de Noordzee, welker leden de werkgevers in het zeevisschersbedrijf zouden zijn en uit wier midden een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's