Sociale hervormingen - pagina 238
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
294 rechtvaardiging vindt hunne uitspraak, dat, waar de economische overmacht is aan de zijde der werkgevers, bepalingen van dwingend recht gemakkelijk zullen worden ontdoken en voor de arbeiders gunstige bepalingen van aanvullend recht in den regel zullen worden ter zijde gesteld. En luttele waarde is te hechten aan hunne voorspelling, dat, waar de arbeiders tengevolge van aaneensluiting in vakvereenigingen, economisch sterk zijn tegenover den werkgever, voorschriften van dwingend recht hunne
vaak zullen belemmeren. Beide redeneeringen ontleenen haar oorsprong aan de troebele bron van den klassenstrijd. Ze voeren met zich de ontkentenis van elke solidariteit, zoo in stoffelijken als in geestelijken zin, tusschen kapitaal en arbeid, tusschen meester en ondergeschikte. In plaats van uit te gaan van de stelling, dat kapitaal en arbeid verbonden zijn door een natuurlijken, van Boven verordenden, band, die in beider belang nauw behoort te worden toegehaald, verkondigen de aanhangers dezer meening, dat men in die twee actie
factoren
slechts
machten heeft
te
zien,
die
uitteraard vijandig
tegenover elkander staan. Naar hunne leer is de werkgever de natuurlijke vijand van den werknemer, de zelfzuchtige egoïst, voor wien de arbeider slechts is het uit meer of minder krachtige spieren opgebouwde werktuig, bestemd en daadwerkelijk dienende tot vermeerdering van den rijkdom des patroons. Gelukkig intusschen, dat de groote meerderheid der arbeiders de hier in korte trekken geschetste leer blijft beschouwen als En dat, naar het beslist oordeel van te eenen male verwerpelijk de groote meerderheid dergenen, die gekant zijn tegen omverwerping van den huidigen staat van zaken, het voorgestelde wetsontwerp het zijne er toe zal kunnen bijdragen, het aantal der volgelingen van die leer binnen engere grenzen te beperken !
Van
heeler harte sluit de Regeering zich aan bij den wensch, het Voorloopig Verslag geuit, dat het zal mogen gelukken de voorgestelde regeling nog vóór de algemeene verkiezingen van 1905 tot stand te brengen. Zij meent met het Voorloopig Verslag, en op de gronden daarin neergelegd, dat deze wensch alleszins voor verwezenlijking vatbaar is.
in
Met de „verscheidene leden", die betreurden, dat de § 2. regeling der arbeidsovereenkomst hier te lande niet kon geschieden door uit de maatschappij zelve, als gevolg van de organisatie van den arbeid, voortgekomen lichamen, is de Regeering van oordeel, dat het de voorkeur hadde verdiend, indien maatschappelijke krachten in staat waren gebleken zij het ook slechts een deel van den arbeid op zich te nemen, dien thans de wetgever zich heeft voorgenomen te verrichten. Waar zulks evenwel niet het geval is en ook niet het vooruitzicht bestaat, dat zulks spoedig het geval zal zijn, bleef, gelijk ook door die
—
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's