Sociale hervormingen - pagina 298
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
354 opzeggingstermijn te ontslaan, mits onder verplichting hem gedurende dien termijn het volle loon uit te keeren, staat in zulk een nauw verband met het vraagstuk der eigenmachtige verbreking der dienstbetrekking zonder opgave van redenen, dat de ondergeteekende zich veroorlooft deze gedachte met de daartegen te berde gebrachte bezwaren onder art. 1639*7 [nieuw art. 1639/) te beperken.
Art. 1639/ {nieuw art. 1639/è). Naar aanleiding van hetgeen door sommige leden werd opgemerkt omtrent de redactie van dit artikel, heeft de ondergeteekende vóór de woorden „te doen eindigen" ingevoegd de woorden „door opzegging met inachtneming van de voorschriften der artikelen 1639/2 en 16392". Ook bij dit artikel blijkt de nieuwe lezing van art. 1639/, eerste lid, eene verbetering boven de vorige. Thans zal men, ook in het bij dit artikel bedoelde geval, waarin, gelijk terecht opgemerkt werd, steeds de normale opzeggingstermijn gelden zal, aan een alleszins billijken opzeggingstermijn gebonden zijn. :
Art. 1639 m (nieuw art. 1639/). In het tweede lid is thans, ingevolge de aanbevolen verduidelijking, de nietigheid uitgesproken van elk beding, waarbij tusschen dezelfde partijen een tweede proeftijd wordt aangegaan, ook al sluit die tijd niet onmiddellijk aan bij den vorigen. Daarentegen heeft de ondergeteekende gemeend het maximum van den proeftijd te moeten verdubbelen, en zulks met het oog op hetgeen, blijkens het Voorloopig Verslag, de ervaring in sommige beroepen heeft geleerd; waar de absolute nietigheid van iedere overschrijding van den gestelden tijd wordt uitgesproken, is het plicht dien tijd zóó te bepalen, dat aan alle billijke eischen der practijk wordt voldaan. Naar den ondergeteekende toeschijnt, zal op iederen proeftijd, onder welk beding ook aangegaan, dit artikel van toepassing zijn. Daar het artikel intusschen in hoofdzaak aanvullend recht inhoudt, zijn partijen vrij om van het voorschrift van het eerste mits binnen de grenzen door het tweede lid aangegeven, bij hare overeenkomst af te wijken. lid,
Art. 163972 (nieuw art. 1639 m). Hoezeer de ondergeteekende overtuigd is van de wenschelijkheid en de noodzakelijkheid om, met het oog op de practijk, der gehuwde vrouw als arbeidster eene uitgebreide bevoegdheid te verleenen, zoo zoude hij het toch zeer betreuren, indien werkelijk het rechtsmiddel, bij dit artikel den man toegekend, zoude blijken te falen op grond, dat menig echtgenoot zich door den daaraan verbonden omslag van het aanwenden daarvan zoude laten terughouden. Het door enkele leden aangeprezen middel ter vereenvoudiging om namelijk de volgorde om te keeren en den echtgenoot de macht te verleenen in de bedoelde gevallen de arbeidsovereenkomst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's