Sociale hervormingen - pagina 20
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I. Stuk II.
:
282
Het in het eerste lid bedoelde seizoen is dat, gedurende hetwelk het bedrijf wordt uitgeoefend, waarin de verzekerde werkzaam was op het tijdstip, dat hem het ongeval trof. Indien den vasten zeevisscher het ongeval trof op of na afloop van zijne laatste zeereis van het in het vorige lid bedoelde seizoen, dan gaat de rente in met den dag na dien, waarop dat seizoen eindigt.
Artikel 50.
Indien het bedrijfsongeval, den lossen zeevisscher overkomen, ten gevolge heeft, dat deze zes weken na den dag van het ongeval, of trof hem het ongeval in den tijd, dat hij deelnam aan eene zeereis en is deze reis op dien dag nog niet geëindigd, op den dag na dien waarop die reis is geëindigd, gedeeltelijk of geheel ongeschikt is tot werken, ontvangt hij van de Rijksverzekeringsbank als verdere schadeloosstelling, eene geregelde uitkeering, rente genaamd, gedurende den tijd van zijne gedeeltelijke of geheele ongeschiktheid tot werken. De rente gaat in met den drie en veertigsten dag na het ongeval, maar indien het ongeval den lossen zeevisscher trof in den tijd, dat hij deelnam aan eene zeereis, niet vóór den dag na dien waarop die reis is geëindigd. Het tweede lid van artikel 49 is van toepassing. Artikel
De
rente,
51.
bedoeld in de artikelen 49 en 50, bedraagt per dag,
Zondagen en algemeen erkende medegerekend
de
Christelijke feestdagen, niet
a. in geval van geheele ongeschiktheid tot werken zeventig percent van het dagloon van den zeevisscher; b. in geval van gedeeltelijke ongeschiktheid tot werken een deel der onder a genoemde rente in verhouding tot de verloren geschiktheid tot werken.
a.
Van de voorloopige
rente.
Artikel 52.
Indien en zoolang de uitspraak omtrent den verzekeringsplicht eener onderneming of inrichting, waarin een ongeval is voorgekomen, nog niet onherroepelijk is geworden, of zoolang naar het oordeel van den daartoe door het bestuur der Rijksverzekeringsbank aangewezen geneeskundige bij den getroffene nog niet een althans voorloopig blijvende toestand is ingetreden, is, indien overigens tot het toekennen eener rente termen bestaan, het bestuur verplicht, en indien het niet dadelijk de vaststelling der rente kan verrichten, is het bevoegd, voorloopig eene rente toe te kennen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's