Sociale hervormingen - pagina 227
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel II.
283
In verband met eene opmerking naar aanleiding van de te enge formuleering van het eerste lid van het vorige artikel gemaakt en boven weergegeven, werd hier betoogd, dat het aanbeveling zoude verdienen den aanhef van het artikel te doen luiden „Indien de wettelijke vertegenwoordiger van eenen minderjarige vermeent, dat de voortzetting van eenige arbeidsovereenkomst nadeelige gevolgen enz". Te recht, meende men, werd eene uitdrukking, die niet alleen den bedongen arbeid, maar de arbeidsovereenkomst in haar geheel omvat, reeds in artikel 5 1 van het ontwerp-DRUCKER :
gebezigd.
Sommige
leden meenden, dat eene beschikking dikwijls lang en de gevreesde nadeelige gevolgen dan inmiddels zullen zijn ingetreden. Zij wenschten daarom te zien bepaald, dat de kantonrechter in spoedeischende gevallen bij voorloopige beschikking de dienstbetrekking zou kunnen schorsen en eerst daarna de hier voorgeschreven procedure om tot eene definitieve beschikking te komen, zou hebben te volgen. Gevraagd werd, of wel is bedacht, dat ten aanzien van de hier voorgeschreven oproeping van de naaste bloedverwanten des minderjarigen niet van toepassing zal zijn de beperking tot binnen het Koninkrijk woonachtige meerderjarigen, in artikel 388, 3de lid, van het Burgerlijk Wetboek aangegeven voor de gevallen, dat in zaken van voogdij de tusschenkomst van bloedverwanten van een minderjarige vereischt wordt. Zooals de bepaling thans luidt, zal de kantonrechter na de ouders hebben op te roepen en te verhooren de broeders en zusters van den minderjarige in het geval van het vorige artikel de kinderen van de echtelieden ook wanneer deze personen zelven nog minder^ jarig of hier te lande niet woonachtig zijn. zal uitblijven
•
—
—
Art 1639 p. Opgemerkt werd, dat nog beter zal uitkomen, dat hier aan het openbaar ministerie een concurrente bevoegdheid wordt verleend, terwijl tevens de bepaling aan duidelijkheid zal winnen wanneer de aanhef gelezen wordt: „Gelijke bevoegdheid, als in het vorige artikel aan den wettelijken vertegenwoordiger van eenen minderjarige is toegekend, komt" enz. Blijkens de Memorie van Toelichting is in het Art. 1639 1ontwerp de uitdrukking: „vooraf medegedeelde redenen" gebezigd om duidelijk te doen uitkomen, dat de mededeeling niet later dan de verbreking der dienstbetrekking mag geschieden. Sommige leden waren van oordeel, dat het aanbeveling verdient dit woord: „vooraf" door: „terstond" of „onverwijld" te vervangen, omdat het kan voorkomen, dat van de partij, die de dienstbetrekking eigenmachtig verbreekt, niet kan worden gevergd, dat zij, alvorens daartoe over te gaan, zelve de redenen aan de wederpartij mededeele. Men dacht hier bij voorbeeld aan de dienstbode, die zich plotseling heeft te beklagen over daden of gedragingen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's