Sociale hervormingen - pagina 24
voorstellen van wet door het ministerie-Kuyper bij de Staten-Generaal ingediend. Deel I.
Bij de berekening blijven buiten aanmerking zoowel de (2) door den verzekerde in militairen dienst doorgebrachte tijd, waarover premiën door het Rijk betaald zijn, als de over dien tijd
door het Rijk betaalde premiën. Artikel 35.
Als jaarrente wordt, na afronding naar boven tot een (i) veelvoud van 26 cent, toegekend het hoogste der twee bedragen, verkregen volgens de berekeningen van de voorgaande twee artikelen. (2)
Het bedrag der toegekende
verhoogd
te zijn over elk jaar,
rente wordt geacht met V^a waarin 53 betaaldagen der rente
vallen.
Artikel 36.
Indien de rente, waarop de verzekerde recht zou hebben, (i) minder dan 26 gulden per jaar bedraagt, wordt geen rente toegekend maar aan den verzekerde uitgekeerd drie vierde der contante waarde van de rente, waarop hij recht zou hebben. Indien het onderzoek naar den toestand van den ver(2) zekerde aantoont, dat de verzekerde recht op invaliditeitsrente heeft uitsluitend op grond dat zijne invaliditeit onafgebroken een half jaar heeft geduurd, houdt het bestuur der Bank de beslissing op het verzoek om rente aan en beveelt, met inachtneming van de voorschriften, bedoelt in litt. q van artikel 138, een nieuw onderzoek naar den toestand van den verzekerde. Toont het nieuwe onderzoek aan dat de verzekerde geen (3) recht op invaliditeitsrente heeft, dan wordt zijn verzoek om rente vervallen verklaard. In het tegenovergestelde geval wordt gehandeld, alsof het verzoek om rente ware ingediend op den dag, waarop door het bestuur der Bank kennis is gegeven aan den verzekerde van het bevel tot het instellen van een nieuw onderzoek naar diens toestand, behoudens dat in geen geval een lagere uitkeering wordt bevolen dan waarop de verzekerde aanspraak zoude hebben gehad, indien de beslissing op het verzoek om rente niet ware aangehouden. De bepalingen, waarbij de intrekking of de voorloopige (4)
toekenning eener rente toegelaten of voorgeschreven wordt, zijn niet van toepassing op de uitkeering welke in de plaats treedt der rente, welke minder dan 26 gulden per jaar bedraagt, behoudens dat het bevel tot uitkeering kan worden ingetrokken, zoolang een aanwijzing tot ontvangst der uitkeering niet is uitgereikt.
Den verzekerde, aan wien een aanwijzing tot ontvangst (5) der uitkeering is uitgereikt, kan verder krachtens de bepalingen van dit hoofdstuk of van hoofdstuk VIII rente noch uitkeering
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1905
Abraham Kuyper Collection | 610 Pagina's