Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 259

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 259

2 minuten leestijd

DE HEILIGE DOOP. hcid

249

des Doops, aangaande de ouders en hunne kinderen

breeder omschrijft (zie

Met geen

blz.

239 en 240 hiervoor.)

woord spreken

Calvijn en Brakel liier de Doop het geloofsvermogen van het kind sterkt op het oogenblik dat het den Doop ontvangt, noch dat het daardoor eerst met Christus ééne plante v^ordt Overal enz., gelijk Dr. Kuyper den kinderdoop voorstelt. of

elders

leeren

zij,

enkel

uit

dat

dat de kinderen der geloovigen, als

mede

in

het

Verbond van God begrepen, het teeken van dat Verbond moeten ontvangen, evenals de kinderen der Israëlieten oudtijds als teeken van het Verbond de Besnijdenis ontvingen en dat God de Heere Zijn Verbond ook aan de kinderen der geloovigen verzegelt, waardoor deze in het geloof aangaande de beloften Gods met opzicht tot hun zaad versterkt en getroost worden en opgewekt, om ze als bondgenooten te beschouwen en op te voeden; terwijl de kinderen, tot het gebruik van hun verstand gekomen, uit hunnen Doop, gelijk Brakel zegt op blz. 965, de kracht van verzegeling trekken tot hunne vertroosting en heiligmaking ; wat natuurlijk alléén kan zien op de uitverkorenen, die de genade der Wedergeboorte deelachtig zijn ;

zoodat dus de kinderen, die naar den eeuwigen, vrijmachraad Gods uitverkoren zijn, ofschoon op het oogenvan hunnen doop nog niet wedergeboren, later, wanneer zij tot bekeering komen, uit hunnen Doop, door de genade des Heiligen Geestes, zich mogen verzekerd houden van

tigen blik

de barmhartigheid Gods, die aan hen Zijne beloften reeds beteekende en verzegelde, toen zij als jonge kinderen nog van alles onbewust waren. Hoe kan het thans toch zulk een vreemde zaak geacht

worden, wanneer gezegd wordt, dat de Doop, versterkende het geloof, dit doet ten aanzien van de ouders, door wie de beloften Gods, ook aangaande hun zaad, door het

aangenomen worden ? Aan wien toch is de belofte des Verbonds gedaan ? Was het niet aan Abraham, en in hem ook aan al de ge-

geloof

loovigen,

Die

mede ten aanzien van hun zaad?

belofte

moest

dus

geloofd worden door Abraham,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 259

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's