Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 251

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 251

2 minuten leestijd

241

DE HEILIGE DOOP. ccnig voordeel, dewijl

zij

in

het lichaam der Kerk ingelijfd

worden en aan de andere leden eenigermate aangenamer zijn.

De

uitdrukkingen

genamer

duiden

zijn,"

duidelijk

e

enig

voordeel

eenigermate

aan,

aan-

dat Calvijn met de

zooals

Kerk,

de

Doop

hunnen

lichaam der Kerk bedoeld heeft de inlijving die uiterlijk zichtbaar is, en niet de

inlijving in het

in

„uit

en „aan de andere leden

erlangen"

Lichaam van Christus, noch ook de inlijving in Christus zelveri, anders toch zouden de kinderen niet eenig maar alle voordeel uit hunnen Doop ontvangen, en zouden ze aan de andere leden niet ecniger= mate aangenamer, maar juist daarom alléén aan hen aangenaam zijn. Groot geworden, hebben zij voorts uit hunnen Doop dit voordeel, dat zij daardoor gedrongen inlijving

het mystieke

in

worden tot den ren aangenomen

dienst van God, door zijn,

gelijk

hun

in

Wien

den Doop

zij

tot kinde-

is

beteekend.

Het is zonder twijfel, dat Calvijn hier spreekt van alle kinderen der geloovigen, zoodat met het „tot kinderen aangenomen zijn," niet bedoeld kan zijn dat ze ook alle wedergeboren en vernieuwd zijn, maar dat ze krachtens het Verbond Gods, waarin ook z ij begrepen zijn, den Heere gewijd zijn,

zijn,

even

en

als

Hem

toebehooren en alzoo Zijne kinderen diezelfde redenen ook de kinderen

God om

der Israëlieten oudtijds Zijne kinderen noemde. Dit volgt ook duidelijk uit hetgeen hij zegt (zie blz. 235 hiervoor) ten aanzien van de kinderen der Joden, en even-

zoo ook ten aanzien van de kinderen der Christenen, als een heilig zaad, alwaar hij ook alle kinderen bedoelt, zoodat ook daar het heilig zaad moet worden genomen in den zin van tot den w aa r a c h t g c n dienst i

van God geheiligd, Hem, hunnen V e r b o n d s= God, t o e g e w d en afgezonderd van de kinzelf ook zeer deren der on geloovigen, gelijk ij

liij

kennen geeft. Echter geven de woorden van Calvijn, die hij schrijft in § 20, dat n.1. „de kinderkens worden gedoopt tot de bekeering en het geloof, dat zij later hebben zullen, van duidelijk te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 251

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's