Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 63
HET GELOOF.
53
goed gezien heeft, wanneer hij de ken nis se, als van de toestemming onderscheiden, weer aizonderHjk ter spra!<e brengt, daar er steeds op gelet dient te worden, dat de natuurlijke mensch de dingen die des Geestes Gods zijn, niet verstaat „Wel terdege moet er dus nadruk op gelegd, dat de kennisse, die vooraf moet gaan, en waaraan het geloof zijn toestemming zal geven, verlichting van den Heiligen Geest onderstelt. Eerst bij dat licht zien wij den glans der Heilige Schrift en kunnen we haar heerlijkheid bevatten. Voor wie dat licht mist, is ze een steen des aanstoots." Men lette er wel op, dat Dr. Kuyper hier blijkbaar dezelfde kennisse op het oog heeft dan waarvan Comrie schrijft, ofschoon, zoo als hierna blijken zal, die Comrie bedoelt, is van geheel anderen aard. En dan vervolgt Dr. Kuyper verder „Maar hoezeer we dit :
:
vasthouden,
onder kennisse volstrekt niet een bloot historische kennisse verstaan, toch is deze „kennisse" geen stuk van het geloof zelf, maar een andere werking van den Heiligen Geest, die door God wordt aangewend, om ons het gelooven mogelijk te maken." „Een waarheid of een persoon is nooit het geloof zelf, maar altoos alleen voorwerp van het geloof, en het geloof zelf is en blijft aUoos dat ééne, waarin alle geloof bestaat, te weten het overreed worden, om het gewonnen te geven, zoodat nu alle tegenstand wegvalt, en de volste ontwijfelbaarste zekerheid voor ons geboren is. Geloof hebben is verzekerd zijn. „Verzekerd zijn" dat waar is al wat de Heilige Schrift zegt, en evenzoo verzekerd zijn dat dit mij streng
persoonlijk
om dat
Vandaar de volstrekte ongerijmdheid, immer van een zaligmakend geloof te spreken,
geldt.
ooit of te los
dus
en
van
de
Heilige Schrift zou zijn, of beginnen zou
met de
autoriteit der Heilige Schriftuur te
slagen
onzinnigheid
breken de volzaligmakend geloof te bazelen dat zich op iets anders dan op den Christus zou richten, gelijk Hij in de Schrift geopenbaard is en van daar bovenal de zotte onzinnigheid, om het geloof als een algemeene zielsneiging op te vatten, waarmee het heilbe-
om
van
;
een
;
geerig hart roepen zou
om
lessching van zijn dorst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's