Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 116
RECHTVAARDIQMAKING.
106
Middelaar te uwer rechlvaardigmaking opgewekt uit de dooden. En ook zonder dat gij er aanvankelijk iets van merktet, heeft Hij de kiem des eeuwigen levens in uw ziel gedragen. Dat alles deed Hij zonder u, buiten u om, in
maar buiten iiw weten. Doch hierbij blijft het niet. God u als mensch gerechtvaardigd, en de aard van den mensch ligt in zijn Scliepping naar Gods beeld, onder andere daarin uitkomende, dat de mensch geroepen is om zijn God en zijn staat voor God te kennen. Deze zaak moet dus uzelf in uw eigen ziel bekend gemaakt, en zóó bekend gemaakt, dat gij er met uw besef indringt, het aanvaardt, iiet onvoorwaardelijk aanneemt en het vastelijk u,
heeft
gelooft.
„Een mensch wordt niet werktuiglijk bewerkt. Een zonis geen blok of steen. Hij zelf, in zijn eigen persoonlijk bewustzijn, moet de kennis van deze uitspraak van zijn God over hem ontvangen, en het moet er toe komen, dat hij zelf deze heerlijke gunste van zijn God blijmoedig gelooft, dankbaar aanneemt en met heel zijn ziel aangrijpt. „Dit is dus het vierde stadium, als God de Heere nu ons menschelijk bewustzijn zoo begint te bewerken, dat ons oog voor zijn genadewerk opengaat dat wij het zien er van vreugde bij in de handen klappen en, het van harte daar
;
;
;
geloovende, nu zalig in Zijn ondoorgrondelijke ontfermingen zijn. „Hiertoe nu doet de Heere tweeërlei. Uitwendig brengt Hij ons door de Heilige Schrift de kennisse van wat Hij over ons besloot en voor ons deed door Zijn Woord toe, en inwendig ontv/ikkelt Hij de geloofskiem of het geloofsvermogen, dat ons door de wedergeboorte was ingeplant.
Twee
stralen, die ten leste in de kern onzer brandpunt saamvallen. En dan gaan de schellen van de oogen, de nevelen scheuren, en de doemwaardige zondaar, die nog steeds tot alle boosheid geneigd is, roept het jubelend en dankend uit „Ik ben voor God een rechtvaardige." Niet ik zal het worden of ik wierd het nu pas. Neen, maar ik w a s het, ik b e n het en ik En dat gelooft hij,- niet op grond zal het zijn eeuwiglijk. ziel
goddelijke
als
in
één
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's