Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 97
RECHTVAARDIGMAKING.
87
dus dat onze Vaders inel liet oprecht voren in art. XXIi gesproken hadden, het geloof, als gewrocht van Gods Geest, dat
der zonde," dan
blijkt
geloof, waarvan
zij
te
bedoelden Hij in onze harten ontsteekt
of inplant, als
ment,
in
tot
verlossing,
r e c
en
h
t
dat
V a a r d
i
g
daartoe
Hij
a k
i
als
n
een instru-
heiligmaking en
g,
middel gebruikt
het
gehoor des Woords.
Wanneer wij nu hiermede in verband brengen de 60ste en 61ste vraag en antwoorden van den Heidelb. Catechismus, dan is het toch klaar, dat in onze formulieren van eenigheid gansch geen sprake is van een rechtvaardigmaking van eeuwigheid, maar alleen in den tijd. Immers vragen met derzelver antwoorden luiden „Vr. Hoe zijt gij rechtvaardig voor God ? Antw. Alleen door
bedoelde
:
Jezus Cristus
alzoo dat,
het
een
oprecht geloof in
dat
mij mijne conscientie beklaagt, dat ik tegen al de ge-
;
al
is
boden Gods zwaarlijk gezondigd en derzelve geene gehouden heb, en nog steeds tot alle boosheid geneigd ben, nogthans God, zonder eenige mijner verdienste, uit loutere genade, mij de volkomene genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus schenkt en toerekent, even als had ik nooit zonde gehad, noch gedaan, ja, als had ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht, die Christus voor mij volbracht heeft, zooverre ik zulke weldaad met geloovigen Waarom zegt gij, dat gij alleen door Vr. harte aanneem. Antw. Niet, dat ik vanwege het geloof rechtvaardig zijn ? mijns geloofs Gode aangenaam zij maar waardigheid de ;
daarom, dat alleen de genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus mijne gerechtigheid voor God is, en dat ik dezelve niet anders dan alleen door het geloof aan-
nemen en mij toeëigenen kan." Wanneer nu toch de opstellers van den Catechismus alleen
geloofd
hadden,
dat
God van eeuwigheid
in
niet
zich
voorgenomen heeft den uitverkoren zondaar door toerekening van de gerechtigheid Zijns Zoons in den tijd door het geloof te rechtvaardigen, maar ook dat hij in God reeds van eeuwigheid rechtvaardig s, dan had vraag Hoe z t gij rechtvaardig voor 60 niet moeten luiden zelven
i
:
ij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's