Bilderdijk in zijne nationale beteekenis - pagina 75
71 beelding vermaak
schept?
Is
aard ?
allerlei
Hij, die
woorden
lijke
afloopen?
Is
te
verdeelen, in keurige nadruk-
te
ons verstand overweldigt, door de
velen der onmooglijkheid
wil
af
in
te
doen
van gevolg-
ziel
evenals in een doolhof van bewijsredenen
van de verbeelding zich meester maakt, en ons
die
hij,
weet
vi^el
vernuft flikkerend, ons
fijn
bonmots? met wendingen van
concettt,
eenen geregelden en welluidenden val
in
het, die
hij
tot gevolgtrekking,
Of
eene Rede
vatten
van
die
het,
hij
met geestige slagen verrast? met
om
leiden?
te
de tooverne-
voeren, waar het hart geene rust vindt?
Geen van dezen, mijne Heeren! Men kan
geest,
men kan
vernuft hebben;
men kan Redenaar zijn, men kan Redenkunstenaar of Redentwister zijn, en men kan ook Verdichter zijn, en nogthands niets van den Dichter hebben. Duizenden bedrogen zich daarin; duizenden Dichters,
gaven voor
geen hem vreemd, louter toevallig
't
is,
komenheden behoort, maar echter den Dichter
eenzelvig. Zij
maar het
hem!)
tot
daarin
is
kenmerk des talrijke vol-
niet maakt. Neen, verbeelding,
redeneerkunde, behoort
vernuft, welsprekendheid,
behoort niet
't
onder zijne
of
den Dichter, (en wat
tot
dat
niet,
bestaat.
hij
Poëzy
van overstelpend gevoel: even onwillekeu-
is
uitstorting
rig als schreien
of
lachen.
zich uitbreiden,
dat zich meededen, dat zich verveelvuldigen moet, of het
is
Uitstorting
hart zou barsten, en de geest tot de
Die
kenschap des gevoels zijn leuningstoel
zeggen
die
is,
zal, voorstelt;
dit
een
lucht eischt, dat
dat
niet,
wat de onwederstaanlijke dron-
men Poëzy noemt. Die
om
nederzet,
gevoel,
overspanning der razernij overgaan.
geproefd heeft, die weet
dit niet
van
Vers
te
maken;
zich koel en kalm in die zich dat,
woorden brengt; deze woorden
in
het rijm tot de verzen zoekt; laat ó mijne Vrienden, laat den
sukkel zijn troostrijke
voor Poëet, of zijne
van
Hij alleen, die
voel in den in
eens
stijl,
te gelijk
hij-alleen
uwe
wiens
uit-
dit
dichter
's
inbeelding, nietige
zijn
de
gij
zult
nooit
wat
hij
maat; en
welmeenenden
misleid worden,
koude voorbrengselen voor Poëzy
te
om hem houden.
gevoel overmeesterd, zichzelven onmachtig, dat ge-
bewoording, den maat, die het
vormt en kneedt, overstort;
ziel
in
aan
zijne
tonen
kluisteren,
en overvloeiende volheid ge u verliest. zijn". In zijn
zelf
tevens ingeeft, en
hij-alleen zal u meêsleepen, hij
alleen
En
dit,
uw god
zijn, in
ó mijne vrienden,
opstel over Verhevenheid (Taal, Dichtk. Versch.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 96 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 96 Pagina's