Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 161
DE BEKEERING.
151
het eigendom des Meeren zijn. zoodanige voorstelling op oude r= stelling; terwijl men, hetgeen men bij ziclizelf onderstelt aanwezig te zijn, natuurlijk aan de werking des Heiligen Geestes toeschrijft. Zelfs leert Dr. Kuyper in „E Voto" 3de deel blz. 76, dat, gelijk de heilige Doop de wedergeboorte onderstelt, alzoo onderstelt het heilig Avondmaal de bekeering „en (vervolgt hij) zoo min de Kerk getuigt,
dat
zij
waarlijk
Alles toch berust
bij
;
het heilig
Avondmaal
bekeering
mag
ooit anders
uitreiken,
heilig Avondmaal ling van bekeering Uit deze laatste
ders
dan op onderstelling van
zoo min mag iemand het anders dan op onderste 1=
woorden
aannemen." zal,
al
moge de bedoeling an-
zeer licht dit besluit kunnen
worden getrokken anders dan de bekeering onderstellen, kent het hart harer leden niet zeker. Maar even-
zijn,
De kerk kan
niet
want zij min is iemand in staat bij zich zelf daarvan zeker te zijn, omdat hij niet onfeilbaar zijn eigen hart kent, en daarom, evenmin als de kerk, anders dan op onderstelling bek e e r n g het heilig Avondmaal mag aannemen. En hiermede zou dan alle geloofsverzekering, in strijd met Gods Woord, den bodem zijn ingeslagen, en verwisseld worden door een troostelooze onderstelling. Dat een naamchristen, die zich gaarne met de onderstelling dat hij wedergeboren en bekeerd is vergenoegt, zulk een voorstelling met ingenomenheid begroet, spreekt van zelf, daar hem toch het zoozeer vertroostend en noodzake-
van
i
getuigenis des Heiligen Geestes, waaraan kinderen Gods behoefte hebben, geheel vreemd niet alleen, maar hij daarvan ook een natuurlijken
lijk
alle is
afkeer heeft, niet, omdat
hij dit werk in de kinderen Gods houdt voor het werk des Heiligen Geestes, maar integendeel, omdat hij dat houdt voor gevoelige aandoeningen,
die hij zeer afkeurt, zonder die (wat
hunnen oorsprong
hij
immers
niet
kan
?)
onderscheiden, omdat hij ze alle zonder onderscheid, rangschikt onder de bijzondere hoeda-
in
te
nigheden van gemoedelijke lieden, die gaarne daarop hun grond voor de eeuwigheid bouwen, en hun gemoed
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's