Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 148

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 148

2 minuten leestijd

138

HEILIGMAKING.

Woord geopenbaard, door de genade des Geesden geloove, tot Gods eer." zien dus dat ook a Mark op de heiligmaking

wil in Zijn uit

tes,

Wij de goede werken laat volgen, en alzoo ook de heiligmaking in de bekeering doet overgaan, en niet (zooals Dr. Kuyper het althans voorstelt) de bekeering in de heiligmaking. Ik kan niet nalaten hieraan nog toe te voegen de zeer schoone woorden van den bij de meeste kinderen Gods welbekenden Lambrecht Myseras, die, in zijn leven lidmaat der gereformeerde Gemeente te Middelburg, wel niet onder de geleerden gerekend kan worden, maar blijkbaar met zee/ vee/ licht en wijsheid van boven is begaafd geweest, te vinden in zijn in 1866 te Nijkerk opnieuw uitgegeven werkje over „der vromen ondervinding op den weg naar den hemel'' blz. 36 en 37, alwaar hij vraagt „Wat is dan het wezen der zaak, die in alle ware overtuigde wedergeborene geloovigen te vinden is, waarin bestaat dan de heiligmaking en wat is de heiligmaking ? Antw. De heiligmaking is die ingestorte genade des Heiligen Geestes, die eene ware overtuigde ziel in de wedergeboorte ontvangt; die nieuwe mensch, dat vernieuwde deel, als zij vernieuwd wordt in den geest haars gemoeds. Efez. 4 23, 24, die vernieuwing :

:

Gods

naar

beeld.

Col. 3

10, als

:

de

liefde

Gods

haar

in

wordt uitgestort door den Heiligen Geest, Rom. 5 5, En zoo is de heiligmaking in het wezen der zaak, dat vernieuwde deel en die liefde en lust tot heiligheid, dat hart

:

zuchten,

dat

bidden,

dat

begeeren

om

heilig te zijn

;

dat

wedergeboren vernieuwde deel, dat in Paulus was. Rom. 22 „Want ik heb een vermaak in de wet Gods naar 7 den inwendigen mensch," daar het verdorven onwedergeboren deel gedurig tegen strijdt van vers 14 tot het einde des Hoofddeels. Dat is de heiligmaking, en dat is in alle ware begenadigden te vinden, dat God bij hun verdorven deel werkt in hen zoo een genadedeel die lust, die liefde, :

:

;

die

begeerte

heiligheid,

en

dat

zuchten

om

heilig te

de heiligmaking, en dat wordt van vele duistere zielen, die het waarlijk bezitten, daar niet voor

zijn; dat is

verwarde

tot

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 148

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's