Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Bilderdijk in zijne nationale beteekenis - pagina 76

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bilderdijk in zijne nationale beteekenis - pagina 76

1 minuut leestijd

72 13) stelt hij

p. 12,

II,

„Poëzy l^omt

zegt:

even beslist echte poëzy tegenover rhetorica

niet uit

anders dan verdeelen en aftrekl^en lijken)

als hij

het l<oud en toeschouwend verstand, (dat niet

maar wèl het warme en

en desnoods saamtellen en verge-

Ican,

allengs alles verzwelgende, vermengende en

in de overvloeiïng overkropte gevoel".

en Dichtertaal vormen twee afzonderlijke vraagstuk-

Blz. 27. 2) Classiciteit

ken,

men

die

toegegeven

dat,

Om

verwarre.

niet

laatste

't

onder den invloed van

't

eerst

nemen, kan

te

Humanisme, ook

't

mythologische voorstelling van Parnassus, Helikon, Pegasus en wat tot

ornament van den zangberg hoorde, ingang vond,

waarop Bilderdijk nog veel

niet past, en

zuiverde dien

wansmaak

te

vaak

poezy

ingegaan. Reeds Tasso

Gerusaleme Liberata, toen

in zijn

al niet

die voor nationale

is

grif

ten onzent een

hij zijn

Dichtmuse

aldus inriep: „o,

Musa,

Non

Ma

que

tu

circondi

il

caduchi

di

fronf

allori

in Elicona,

SU nel cièlo, infra

i

beati chori,

Ai de stelle immortali aurea corona.

Tu

spira al petto mio, e tu perdona

S'intessi freg' al ver, s'adorno in parte D'altri diletti

que

di tuoi Ie carte."

Onder herinnering aan de humanistisch-mythologische overlevering van den Helicon wordt hier door Tasso naar een hoogere, epos passende voorstelling gezocht, en Bilderdijk zich steeds in gelijk spoor had

wat

hij

eens zong, toen

zelf

gezalfden Zoon" noemde. dat taal.

men

wraakt.

Men

Die dichtertaal

hij

Maar

't

rijkere, beter bij zijn

zou gelukkiger

zijn

bewogen, en nader

in

geweest, zoo

ware gegaan op

de Dichtkunst een „Troostgezant van Gods dit

mythologisch insluipsel

keurt even sterk

af,

moet weg. Er mag

is

niet het eenige

dat Bilderdijk zong in de Dichterhier

geen gemeengoed voor de

poëzie als zoodanig geduld. Een dichter moet zijn eigen expressie scheppen, en zingen

in

de hoorder

een poëtische uiting, die

of lezer

met den spreker

hem

alleen eigen

of schrijver

is.

gemeen

Taal

heeft,

is iets

wat

en daarom

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 96 Pagina's

Bilderdijk in zijne nationale beteekenis - pagina 76

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 96 Pagina's