Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 273
HET HEILIGE AVONDMAAL.
263
Maar naar de wijze bescliikking aan elk schepsel en ook aan Zijne redelijke schepselen een dringende behoefte ingeschapen naar datgene, wat tot hunnen natuurlijken wasdom noodig is. En, evenals God nu aan elk inensch een mond gegeven l;eeft, dat kunnen
zij
Gods
Hij
liceft
niet leven.
om daardoor de natuurlijke spijzen tot zijne noodzakelijke voeding en onderhouding tot zich te kunnen nemen, evenzoo heeft Hij ook aan eiken geestelijken mensch een mond des geloofs gegeven, om daardoor de geestelijke spijzen tot zijne noodzakelijke voeding en onderhouding te kunnen Waarom de Heere zelf Zijn volk daartoe opwekt genieten. als
Hij zegt (Ps. 81
en Ik zal
hem
:
11
ö):
„Doe uwen mond wijd open,
vervullen."
dus de Heere die de Zijnen met zijn gekruisd en vergoten bloed zekerlijk voedt en onderhoudt doch alléén door den mond des geloofs, waarvan hun ver-' zekering gedaan wordt door de teekenen van brood en wijn, uit het gebruik waarvan zij, (gelijk Calvijn zegt) zooveel vrucht ontvangen als zij door het geloof opnemen. 't
Is
lichaam
Moge Dr. Kuyper beschouwingen eens stelling
in
sommige opzichten
zijn,
in
vele opzichten
het met deze is
zijne
voor-
een geheel andere.
Want wel
leert Dr. Kuyper dat het Sacrament des heiAvondmaals, door Christus ingesteld, vervangen hebbende het Pascha onder Israël en ten aanzien der uiterlijke teekenen bestaande uit brood en wijn, is het Sacrament der geestelijke voeding dat daarom de Avondmaalganger wedergeboren en bekeerd moet wezen dat alleen die door den Doop der Kerke van Christus ingelijfd zijn en belijdenis des geloofs gedaan hebben, en die belijdenis met hun leven bevestigen, toegelaten mogen worden, en elk gedoopte, tot onderscheid van jaren gekomen, schuldig is Avondmaal te houden maar hij beschouwt het Avondmaal als ons wezenlijk gevende, wat door het Pascha slechts afgcschaduwd werd dat, gelijk de Gedoopte zijne wedergeboorte moet ondersiellen, alzoo de Avondmaalganger zijne bekee-
ligen
;
;
;
— ;
ring
heeft
bruik des
te
onderstellen
;
dat een geloovige
Avondmaals gesterkt wordt,
wijl hij
bij
het ge-
een geloovige
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's