Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 127

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 127

2 minuten leestijd

RECHTVAARDIGMAKING.

117

Het kleed moge voor den naakte bestemd zijn, maar zoohij daarmede nog niet gekleed is, is iiij nog naakt.

lang

Wèl

is

alzoo

bestemd voor

liet

kleed der gerechtigheid van Christus

elk der Zijnen in het bijzonder, en

Gods eeuwigen raad zullen bekleed worden maar zoolang

onveranderlijkheid van

daarmede

door de zij

allen

nog nog niet gerechtvaardigd, maar nog onrechtvaardig, hoewel het waar is dat God ze van eeuwigheid heeft liefgehad, niet om wat ze in zich zelven zijn, maar omdat het God beliefde, naar Zijnen eeuwigen niet

zekerlijk

geschied,

is

;

zijn

dit

ze

en

vrijmachtigen raad zich in hen te verheerlijken door hun de gerechtigheid Zijn Zoons toeterekenen en hun daarmede te kleeden tot hunne rechtvaardigmaking. Zóó en niet anders leert ons de Heilige Schrift, en verder gaat nu ook Ursinus niet, als hij zegt: „Naardien het zeer vreemd schijnt te wezen, dat wij geregtvaardigd zouden worden door een zake die buiten ons is: zoomoet men voortaan verklaren, hoe de voldoening of gehoorzaamheid Christi onze regtvaardigheid zij. Het is zeker, dat de voldoening Christi niet voor Hem zelven, maar voor ons (dat is voor alle ware geloovigen, ook door den Catechismus bedoeld) gedaan is, en dat ze daarom van God aangenomen wordt niet anders, dan of ze van ons zelven gedaan ware. Want alzoo leert de Apostel, 2 Cor. 21 Dien die geen zonde gekend heeft, heeft Hij 5 zonde (dat is een offerande voor de zonde) voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden regtvaardigheid Gods in Hem. Daarom, hoewel deze voldoening onze niet is ten aanzien dat ze van ons zelven niet gedaan is, zoo is ze nogthans onze geworden en wordt onze door toeëigening, dewelke is tweederlei Gods of Goddelijke en Onze.

:

:

:

De

toeëigening Gods

is, dewelke geschiedt van God, ons toeëigenende, dat is schenkende en toerekenende deze voldoening Zijns Zoons en om denzelven ons regtvaardigmakende, dat is van de schuld en van alle misdaden

vrijsprekende

dan

of

wij

gelijk of wij

en

voor regtvaardig houdende, niet anders

nimmermeer gezondigd hadden, of tenminste, zelve een genoegzame straffe voor onze zon-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 127

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's