Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 29

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 29

2 minuten leestijd

DE ROEPING. dadige- roeping"

daardoor hebben

en

hetgeen

te verstaan,

19

de Gereformeerde Kerken en bHjkt hieruit middagklaar

dat die „roeping" geschiedt door middel van de prediking

des Woords, echter daardoor /z/ef alléén, maar mede door de krachtdadige werking des Heiligen Geestes en dat die „roeping" zich niet richt tot degenen, die reeds levendgemaakt zijn, maar tot degenen, die nog geestelijk doodz\\n, maar door die „krachtdadige roeping" levendgemaakt worden. Laat ons nu verder zien wat ten aanzien van dit leerstuk het gevoelen is van Calvijn en andere erkende gereformeerde godgeleerden, van vroegeren tijd. ;

Calvijn

door

de

zegt

uitgave 1865

gave door Dr. 8

„Want

:

in

zijn

er

„Institutie,"

uit

het Latijn vertaald

Baum, E. Cunitz en E. Reuss, 1868 (overeenstemmende met de laatste uitA. Kuyper in 1889) Boek III Hfdst. XXIV § is eene algemeene roeping, waarmede God

Professoren

G.

door de uitwendige prediking des Woords allen gelijkelijk tot zich roept, ook degenen, aan wie Hij de prediking tot een reuk des doods en een oorzaak van hunne des te zwaardere verdoemenis voorstelt. Er is ook eene bijzondere roeping, waardoor Hij gemeenlijk alleen de geloovigen verwaardigt te roepen, wanneer Hij door de inwendige verlichting van Zijnen Geest teweeg brengt dat het gepredikte Woord in hunne harten postvat.

§ 10) worden noch ook allen op denzelfden tijd door de roeping tot den schaapstal van Christus verzameld, maar zoo als het God belieft hun Zijne genade mede te deelen. Vóór dat zij nu tot dien Opperherder verzameld worden, dwalen zij verstrooid in de gemeene woestijn om; en verschillen ook niets van de andere menschen, dan alleen daarin, dat zij door de bijzondere barmhartigheid Gods bewaard worden, dat zij niet storten in het uiterste des doods. Indien gij dan uw oog op hen slaat, zoo zult gij het geslacht ontvv^aren van Adam, dat den reuk heeft van de gemeene verdorvenheid der geheele natuur. Dat zij niet gedreven worden tot de uiterste en vertwijfelde goddeloosheid, geschiedt niet door „.

.

.

.

Zij

nu,

die

n\et terstond van den

uitverkoren

zijn,

moederschoot

af,

(zie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 29

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's