Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 57

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 57

2 minuten leestijd

HET GELOOF. Woords, evenmin

des liet

als

bij

gebruik der rede gekomen

Dit

wordt

geloofsvermogen

47

het kind, dat nog niet tot is.

bij

alle kleine

kinderen der

Gemeente ondersteld aanwezig te zijn, omdat zij anders niet mogen gedoopt worden. En daar nu die kiem jaren

lang

sluimeren kan, zonder dat er

noch door

h

e

n z e

!

v e n,

iets

van gemerkt wordt,

noch door anderen,

ze, óók wanneer ze tot het gebruik der rede komen, voorts al dien tijd in de zonde en onbekeerlijkheid kunnen voortleven, totdat door een tweede genade, door middel van de prediking des Woords die kiem zich ontplooit

zoo volgt, dat

en

in

de bekeering uitkomt.

Tot het geloof behoort volgens Dr. Kuyper niet hei vertrouwen, maar is daarvan het rechtstreeks gevolg, terwijl hij de kennis, die volgens den Catechismus óók het geloof belioort, zegt te zijn nog niets dan kennisneming, die nog buiten alle geloof omgaat. Dat Dr. Kuyper ten aanzien van het geloof zoo en niet anders

Op

leert,

moge

blijken uit hetgeen hier volgt:

en 22 van het werkje „Voor een Distel een Mirt," zegt Dr. Kuyper: „God moet den zondaar het geloof blz.

21

genade schenken. Er hem het zaad of het vermogen voor in planten. Het opwekken door de roeping. Het een inhoud geven door het Woord. Het doen doorbreken in de bekeering." In deze volgorde noemt Dr. Kuyper dus eerst de inplanting van het geloofsvermogen, dat hij ook wel noemt de inplanting van het nieuw levensbeginsel of de wedergeboorte in engeren zin, zoodat ik hier dus verwijzen kan naar hetgeen bij de behandeling der Wedergeboorte door mij uit de uit

geschriften van Dr.

Kuyper

is

aangehaald.

Het inplanten van het geloofsvermogen gaat dus, gelijk Dr. Kuyper leert, aan de roeping, n.1. de krachtdadige roeping door middel van de verkondiging des Woords, vooraf, omdat dat vermogen, dat dus in kiem reeds in den zondaar aanwezig is, door die roeping opgewekt wordt. hl het „Werk van den Heiligen Geest," 2e deel blz. 161, „Al wordt dus het geloof (wat zegt Dr. Kuyper dan ook :

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 57

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's