Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 236
DE HEILIGE DOOP.
226 voelen
kan
van Rome, niet mag worden toegedacht, daarom hunne bedoehng geen andere zijn, dan wat ook
onze Heidelb. Catech. de
is
vr.
72 en 73,)
de afwassching der zon-
ook niet de inlijving
dus
en
zelve,
de antw. op
leert (zie
dat het uiterlijk waterbad niet
in
het
Lichaam van Christus
zelve, maar dat het daarom ons daarmede te leeren, dat ge-
van
is het t e e k e n, de onzuiverheid des lichaams door het water, alzoo ook onze zonden door het bloed en den Geest van Jezus
lijk
Christus
weggenomen worden
daarvan
het
teeken,
Heere ons door
de
verzekeren,
;
maar ook
dit
—
en
niet alleen is het
h et zegel, alzoo dat
God
Goddelijk pand en waarteeken wil
zoo
v/aarachtiglijk van onze
zonden met water gewasschen worden. Het woord zijn duidt hier dus aan wat reeds vooraf geschied s, en het woord worden, wat g egeestelijk
dat
wij
gewasschen
z
ij
n,
als wij
i
s c
h
e d
i
t.
Wanneer
Doop genoemd wordt het Bad der dit om de overeenkomst tusschen des Doops en hetgeen daardoor beteekend
alzoo
wedergeboorte, het
teeken
de
dan
is
Heere Jezus om diezelfde reden het en de wijn Zijn bloed noemt; maar nergens wordt aan den Doop meer toegekend, dan dat ons daardoor de beloften Gods aangaande ons en ons zaad te beter te verstaan gegeven, beteekend en verzegeld worden tot versterking onzes geloofs. Nergens wordt ons ook geleerd wat Dr. Kuyper leert (zie blz. 546 van „E Voto,") dat Christus door Zijnen Heiligen Geest op eene voor ons verborgene wijze door den heiligen Doop zulk een sterking in ons geloofsvermogen teweeg brengt, waardoor dit geloofsvermogen van zijne eenzelvige belemmering ontheven wordt en alsnu de neiging en de overbuiging ontvangt om in gemeenschapsoefening met het wordt,
brood
evenals
Zijn
Lichaam van ken.
Maar
de
vleesch
Christus
zijn kracht en zijn
weelde
te
zoe-
overal leert ons de Heilige Schrift, en op grond
daarvan ook onze Vaderen, dat God ons door den Doop, gelijk eertijds aan Israël door de Besnijdenis, verzekert van Zijne trouw aangaande ons, en van de gewis;, eid
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's