Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 247
DE HEILIGE DOOP.
237
Geesfes heeft het Formuher het oog, en om ons dit beduiden zegt het, dat deze weidaden door den Doop verzegeld en bekrachtigd zijn, bij well<e verzelcering tocli, deze weldaden niet onderwerpelijk gedacht worden, daar de doopeling in liet gebed werd voorgedragen, als ze nog derhalve moet zoowel het een als het niet bezittende
des
te
;
ander gedacht worden, als slechts in de belofte aanwezig te zijn, hoewel deze belofte door de dankende Kerk, naar den aard des geloofs, dat van het beloofde goed, als van een reeds ontvangen goed spreekt en denkt, wordt voorgesteld."
Doop,
de
omschrijft
Calvijn
Doop
(Instit.
Bk.
IV Hfdst.
XV
waar§ door wij in de gemeenschap der Kerk worden opgenomen, opdat wij, in Christus ingeplant zijnde, onder de kinderen Gods mogen gerekend worden." Uit deze woorden zien wij, dat Calvijn de Doop als een teeken van de inlijving en inplanting in Christus, die vóóraf moet hebben plaats gehad, aanmerkt, en dat zij, die door het geloof met Christus vereenigd z ij n, door den Doop, als het teeken dier geestelijke vereeniging, in de gemeenschap der Kerk worden opgenomen, om onder de kinderen 1) aldus:
Gods
te
Dat
§
in
ons
een teeken van
is
inlijving,
mogen worden gerekend. bedoeling
dit zijne
verder
aan
,,De
1
volgen
geloof
zegel
voorzien
onze
zonden
toe o.a. geschrift,
zóó
is,
laat,
blijkt uit
n.1.
:
de woorden, die
De Doop
hij
(zegt hij) brengt
om ons te zijn „als een met een om ons te vergewissen, dat al
uitgcwischt,
doorgehaald,
uitgeschrapt
komen, worden." Ook zegt hij in § 14 en 15: „Ook voedt Hij onze oogen niet met een ijdele aanschouwing slechts, maar voert ons tot de zaak zelve, en volbrengt tevens daadwerkelijk hetgeen Hij afbeeldt. Hiervan mag tot een bewijs strekken Kornelius de Hoofdman (Hand. 10 48), die met de vergeving der zonden en de zigtbare gaven van den H. Geest rcetls te voren bej^Htij^d, gedoopt is niet bcgeerende eene meer overvloedige vergeving, maar eene meer z
ij
n,
nimmer
dat
zij
nooit
gedacht,
voor
nooit
Zijn
aanschijn
toegerekend
zullen
zullen
:
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's