Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 164

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 164

1 minuut leestijd

De bekeering.

154

eenstemming met het Woord van God, en is ook niet de leer der Gereformeerde Keri<en, die overeenkomstig Gods

Woord

leeren

m

h verplicht

e n s c

eisch

en

de

is

zich tot

verplichting

niet

ieder

Zond. 4 Heidelb. Catech.) dat

(zie

tot

God

te

bekeeren, en dat die

bekeering

niet

is

onrecht-

op onderstelde wedergeboorte, maar op het recht Gods om van Zijne redelijke schepselen te eischen volmaakte gehoorzaamheid, wijl Hij ze zóó gemaakt heeft dat zij dat doen konden, maar zij door eigen schuld daartoe ten eenenmale onbekwaam zijn geworden. Laat ons nu voorts zien wat het Woord Gods dienaangaande leert. Wanneer de Heere Jezus Matth. 7 18 zegt, dat een goede boom -geen kwade vrucJit kan voortbrengen, zoodat een iegelijk uit zijne vrucht te kennen is, zooals volgt uit het 20ste vers, dan moet hieruit dus ook volgen, dat de vrucht, n.1. de ware bekeering, uit het nieuwe leven d ad e k voortvloeit en zich openbaart, indien en zoodra althans de mensch gekomen is tot het gebruik der redelijkheid, omdat anders, hetgeen de Heere Jezus hier zegt niet waar zou zijn. Immers, volgt de bekeering niet dadelijk op de wedergeboorte of het van God ingestort heilig levensbeginsel, dan kan deze waarheid door niemand worden toegepast, omdat dan de boom uit de vrucht niet gekend kan worden. Wanneer Jacobus in het 2de Hfdst. van zijnen brief, vs. 17, zegt, dat het geloof, indien het de werken niet heeft, bij zich zelven dood is, dan wil dit toch zeggen, dat indien de mensch geen goede vruclit voortbrengt, zijn geloof dood is, zoodat hij dus het zaligmakend geloof, (dat Jacobus en

vaardig,

g e g r o

ii

d

is

:

1

ij

hier natuurlijk bedoelt) niet heeft want dood is, bestaat niet. Wanneer de Apostel Paulus 2 Cor. 13

het

;

derzoekt u zelven of

gij

in

het geloof

zijt,

:

geloof dat

5 zegt:

„On-

beproeft u zel-

ven," dan kan dit niet anders, dan door acht te geven op

de

vrucht des geloofs, zoodat

daaruit

te

besluiten

heeft

dat

hij hij

die geen vrucht draagt,

nog geen geloof

heeft

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 164

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's