Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 138
HEILIGMAKING.
128
Hceren
als
in
eenen spiegel aanschouwende, worden naar
beeld in gedaante veranderd van heerlijkheid tot
hetzelfde
Heeren Geest. 1 Petr. 1 15: geroepen heeft heilig is, zoo wordt ook gij zelve heilig in al uwen wandel." Rom. 6 19ö
heerlijkheid,
van
als
„Maar
gelijk Hij
„Want
gelijk gij
des
:
die u
:
zijn
uwe
leden gesteld hebt,
:
dienstbaar te
der onreinigheid en der ongerechtigheid tot ongerech-
alzoo
tigheid,
nu uwe leden, om dienstbaar
stelt
der gerechtigheid tot heiligmaking." wij
om
2 Cor.
dan deze belofte hebben, geliefden,
laat
7:1:
te zijn
„Dewijl
ons ons zelven
reinigen van alle besmetting des vleesches en des geestes,
voleindigende de heiligmaking in de vreeze Gods."
Dat die toeneming in heiligheid gesch.iedt door middel van het Woord Gods, dat daartoe ook verkondigd wordt, en waaruit de geloovigen ook v/edergeboren zijn, volgt o.a. uit 1 Petr. 2:2: „En als nieuw geboren kinderkens zijt zeer begeerig naar de redelijke onvervalschte melk, opdat gij door dezelve moogt opwassen." Dat deze heilige natuur in den vernieuwden mensch eene waarachtige droefheid naar God teweeg brengt, vanwege de nog inwonende verdorvenheid des vleesches, waartegen de heilige natuur zich verzet en zich aankant, om te dooden en ten onder te brengen, om God te kunnen dienen naar Zijnen wil, blijde
ik
mij,
o.a. uit 2
blijkt
niet
omdat
gij
Cor. 7
bedroeft
:
9,
zijt
10a
:
„Nu ver-
geweest, maar
zijt geweest tot bekeering. Want gij geweest naar God, zoodat gij in geen ding schade van ons geleden hebt. Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekeering tot zaligheid." Dat de geheiligden naar hunne heilige natuur de wet Gods, dat is Zijn heiligen wil, in Zijn Woord geopenbaard, en in 't bijzonder de zedelijke wet der „Tien geboden," liefhebben en deze tot eenigen regel huns levens stellen, volgt o.a. uit Ps. 119 97: „Hoe lief heb \kUwe Wet! Zij is mijne betrachting den gansclien dag.'" Kom. 7 22: „Want ik heb een vermaak in de Wet Gods naar den inwendigen
omdat
zijt
gij
bedroefd
bedroefd
:
:
mensch";
h
—
en zulks, omdat naar Rom. 7
heilig en het
gebod
is heilig
:
12 die
„Wet
en rechtvaardig en goed.''
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's