Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 287

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 287

2 minuten leestijd

HET HEILIGE AVONDMAAL.

277

El! wanneer wij iiu lezen bij 1 Cor. 10 16, 17: „De drinkbeker der dankzegging dien wij dankzeggende zegenen, :

die niet eene gemeensciiap des bloeds van Christus? Het broud dat wij breken, is dat niet eene gemeenschap des hchaams van Christus? Want één brood is het, zoo zijn

is

velen één lichaam, dewijl wij allen ééns broods deelzijn," dan volgt liieruit, dat alleen zij, die waarlijk

wij

achtig

het mystieke lichaam van Christus behooren en alzoo met Christus in waarheid gemeenschap hebben, het Avondmaal des Meeren mogen gebruiken, en dat allen, die van die gemeenschap nog vervreemd zijn, zoo zij tóch ten Avondmaal toetreden, die gemeenschap, bewust of onbetot

wust, veinzen en zich zelven een oordeel eten en drinken. Echter verplicht de heilige Doop een iegelijk om ten

Avondmaal te gaan, maar allereerst tot waarachtige bekeering. Deze te onderstellen op grond van onderstelde zonder ernstige zelfbeproeving,

wedergeboorte, gevaarlijk werk.

Niets toch

is

is

een zeer

gevaarlijker dan een valsche

Een oprechte van harte toetst zijn geloof aan zijne werken, die vergelijkende met den aard en de natuur van de werken des geloofs overeenkomstig het heilig Woord Gods, en rust niet, vóór Gods Geest met zijnen Geest getuigt dat hij een kind Gods is. Dat de zelfbeproeving zeer noodzakelijk is, volgt uit Cor. rust.

1

11

:

28, 29,

en

zelven,

alwaar staat „Maar de mensch beproeve zichete alzoo van het brood en drinke van den :

Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren"; welke zelfbeproeving ook ter dege drinkbeker.

dient te g^an over de oprechtheid van ons geloof, volgens Cor. 13 5: „Onderzoekt uzelven of gij in het geloof

2

:

zijt,

Jezus

beproeft

Christus

u

zelven. in

u is?

Of kent

gij

Tenzij dat

gij

u

zelven

niet,

dat

eenigzins verwer-

pelijk zijt."

Hieruit volgt noodzakelijk, dat de Dienaren des

de eigenschappen van God duidelijk

door de

Woords

des oprechten geloofs naar het Woord in het licht dienen te stellen, om daar-

ware bekommerden,

die gelijk de tollenaar

vaak

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 287

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's