Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 177

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 177

2 minuten leestijd

DE BEKEERING. uit

om

de vcrccniging met liatcn

te

en

te

God

vlieden

167

vercenigd

wat God

al

zijn

met Zijnen wil, bemin-

haat, en te

wat God bemint en Hem welbeliagelijk gewaar als hij verder van den Heere is dan is hij ontroerd, verontrust, onvrij, en kan niet rusten, totdat hij wederom nabij God, de rust van zijne ziel is daar leeft hij in, daarin haalt hij zijn adem, gelijk het lichaam in de lucht. Ps. 73 23 Mij aangaande, het is mij goed nabij God te wezen. Gelijk het leven hem vermakelijk is, zoo is de doodigheid hem smartelijk." Welk een verschil van voorstelling van den aard en de natuur van het nieuwe leven en de daaruit natuurlijk voortvloeiende bekeering, vindt men toch, wanneer men de voorstellingen van Brakel en Comrie met die van Dr. Kuyper vergelijkt. Bij den laatste is het: ik heb mij, als gedoopte voor wedergeboren te houden, zoodat, wat ook mijn doop onderstelt, in mij het leven aanwezig is, dat in mijne bekeering moet uitkomen. Lang moge de daad des geloofs kunnen sluimeren maar aangezien ik mij als gedoopte, en dus wedergeborene, voor mij zelven heb te beschouwen, als iemand, in wien als kind de wonderdaad Gods, n.1. de wedergeboorte geschied is, zoo heb ik de roepstem tot bekeering, als tot mij gericht, op te volgen, een besliste nen en

Hij

is.

doen wordt

te

al

ras

;

;

:

:

;

keuze

doen, en mij, zonder dit uittestellen, te bekeeren, de wereld en voor Christus te kiezen, Hem te aanvaarden als mijn Heiland, mij aantesluiten bij Zijn volk, en bij de Gemeente de bezegeling mijner besliste keuze te vragen in het Heilig Avondmaal. Bekeer ik mij niet, hoewel God, gelijk ik onderstellen moet, op verborgene wijze het zaad des levens in den akker van mijn hart heeft gestrooid, zoodat de kracht der toekomende eeuw in mij werkt en mij door Gods genade de bekeering mogelijk geworden is; laat ik dit nieuwe leven s= te

tegen

beginsel

niet

verlorenheid

en

werken,

mijne

redding

niettegenstaande zie

en

als

ik

mijne

werkelijk be-

geloof, dan is dit niets dan mijn eigen zondige boosheid en moedwil, zoo ik bij dit alles mij niet bekeer.

staande,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 177

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's