Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 154

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 154

2 minuten leestijd

DE BEKEERING.

144

hun

prilste jeugd,

(wat naar mijne overtuiging

niet

zoo

is,

meen reeds eerder te hebben aangetoond, hoewel algemeen aangenomen werd, dat vroeg, vóór het redegegelijk ik

zijn, waaruit dus volgt, dat voor wedergeboren werden gehouden) zoo vervolgt „Niet alsof dit „zaad" daarom dadeDr. Kuyper verder lijk opschoot; soms blijft hef veeleer tot' vergevorderden Evenals ook op bladleeftijd in den akker verscholen." zijde 119 van zijn „Werk van den Heiligen Geest," gelijk ik reeds vroeger (zie bl. 31) aangehaald heb, door hem gezegd wordt „Als we wedergeboren worden, weten we Het bewustzijn van het nieuwe leven komt het meest niet.

bruik stervende kinderen zalig

deze

:

:

eerst

met de bekeering, en die

bekeering kan soms

lang toeven, dat er tien, twintig en meer jaren tusschen onze wedergeboorte en onze bekeering verloop en." zoo

Dat Dr. Kuyper den indruk geeft, alsof een zondaar die gedoopt is, en zich dus te beschouwen heeft als wedergeboren, zich voorts in eigen kracht, die hij dan na= t'uurlijk houdt als uit de onderstelde we= dergeboorte voortkomende, kan bekeeren, door welke voorstelling het naamchristendom, dat vreemd is, niet aan de belijdenis, maar aan de kennis van eigen onmacht en mitsdien aan den noodzakelijken invloed en de kracht des Heiligen Geestes, sterk gekweekt wordt, moge blijken uit zijne woorden, te vinden in zijn werk „Elk ge„Voor een Distel een Mirt," blz. 246 en 247 doopte staat onder de verplichting, om zich, zoodra hij tot jaren van onderscheid gekomen is, „met waren harte tot :

God

bekeeren"; en eerst als hij dit metterdaad gekan en mag hij openbare belijdenis doen. Want hier geldt hetzelfde, wat van het heilig Avondmaal „Ik heb mij nog wel niet tot mijn geldt. Te zeggen Maar nu doe ik zal later wel komen. bekeerd. Dat God Of wat is alvast belijdenis," is spelen met het heilige. belijdenis anders, dan opstaan in het midden der gemeente, om als nu te verklaren, dat ook gij een van de vrijgekochten des Heeren zijt, en op dien grond den Middelaar als zijn

daan ook

te

heeft,

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 154

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's