Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 100

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 100

2 minuten leestijd

RECHTVAARDIGMAKING.

90

worden bevonden, daar rein bciiooren te zijn.

zij

noi^tans van de

Derhalve

blijkt

zonde

het, dat

zij,

vrij

die

en

God

geene andere wijze re gt vaardig dat zij met afwassching van hunne smetten door de vergeving hunner zonden omhelst,

worden,

op

dan

worden gereinigd; zoodat een zoodanige regtvaardigheid met één woord, vergeving van zonden mag genoemd worden."

Dat Calvijn hier, gelijk overal, spreekt van de rechtvaardigmaking in den tijd, door het geloof alleen, is duidelijk. Want als hij de rechtvaardigmaking verklaart eenvoudig te zijn een genadige aanneming, waardoor God ons in genade ontvangt en voor rechtvaardig houdt, en dat zij gelegen is in de vergeving der zonden en in de toerekening der gerechtigheid van Christus, dan bedoelt hij hiermede wat hij vervolgens zegt, de rechtvaardigmaking door de vergeving der zonden, die op geene andere wijze geschiedt, dan door reiniging door de vergeving der zonden, met afwassching van de smetten, 't geen in den tijd geschiedt. Calvijn erkent blijkbaar geen rechtvaardigmaking, dan alleen in het besluit Gods, om in den tijd door het geloof uit genade te schenken aan Zijne uitverkorenen want als hij daarna in Hfdst. XXI van hetzelfde boek over de „verkiezing" handelt, zegt hij aan het einde van § 7: „Wij zeggen dus hetgeen de Schrift klaar aantoont Dat God door een eeuwig en onveranderlijk raadsbesluit eenmaal bepaald heeft, welke menschen Hij eens tot zaligheid aannemen, en welke menschen Hij daarentegen ten verderve verwerpen zou. Wij beweren, dat dit raadsbesluit zoover de uitverkorenen betreft gegrond is op Zijne onverdiende barmhartigheid, zonder opzigt van des menschen waardigheid; en dat dengenen, die Hij ter verdoemenis schikt, door Zijn wel regtvaardig en onberispelijk, maar nogtans onbegrijpelijk oordeel, de toegang ten leven wordt gesloten. Daarbij stellen wij dat de roeping voor de uitverkorenen een bewijs is van hunne verkiezing. En dat voorts de regtvaardigmaking een tweede teeken is, waardoor hunne verkiezing hun wordt bekend gemaakt, ;

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 100

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's