Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 283

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 283

2 minuten leestijd

HET

AVONDMAAL.

IIHILIGE

273

dat de Avondmaalganger onderstelle met Christus ver-

is,

de rank met den wijnstok, in welk even zeker met het lichaam en bloed van Christus gevoed wordt, als hij het gebroken brood en den vergoten wijn met zijn mond eet en drinkt, ook al merkt hij, wat zeer dikwijls gebeurt, van die versterking eenigd

te

geval

hij

gelijk

zijn,

weet, dat

hij

dadelijk niets.

Dat

deze

voorstelling

moge

Calvijn,

echter

niet

het gevoelen

van

is

straks blijken.

Een naam-christen moge aan de onderstelling van zijne met Christus genoeg hebben en zich gaarne daarmede vleien, waartoe hem deze voorstelling gemakkelijk vereeniging

leidt,

een waarlijk naar Jezus dorstende

den aard van het

naar

ziel zoekt,

geestelijk leven, Jezus zelf

door het ge-

Van den Vader

geleerd (Joh. 6 45) even natuurlijk, als elk Schepen sel zijne spijze kent en zoekt en ook vindt en geniet d a d e 1 ij k zoozij gevoelt zich door die geestelijke spijs danig versterkt, dat zij nu verder haren weg, gelijk de

loof

te

genieten.

kent

zij

die geestelijke spijze

:

;

kamerling (Hand. 8

:

39) met blijdschap bewandelt.

gevoelt evenzeer d a d e

Zij

als

spijze,

dorstende,

lij

k de kracht dier geestelijke

schreiende kind, dat, naar de moedermelk

het zich,

zij

het

ook onbev/ust, dadelijk versterkt

en verkwikt gevoelt, nadat het die tot verzadiging gedronken heeft, waarvan de daarop o n m i d d e 1 lij k volgende rust

van het kind voor ieder het bewijs is, en gelijk als de van vermoeide wandelaar, die, onmiddellijk na het gebruik van het verkwikkende water uit een frissclien bron, zich krachtiger gevoelt en, nu verkwikt en dorst

versterkt, verder zijnen

Op

246

blz.

van

weg

voortzet.

„Voor een

Distel een Mirt" zegt Dr.

God en onbekeerden staat toch aan het Avondmaal te gaan, kan geen geloof sterken, omdat er in den onbekeerde geen zaligmakend geloof is. In zulk een is dan nog niets dan Kuypcr

in

:

„Zich niet te bekeeren tot den levenden

zijn

ongeloof." Is

dit

plaatsen

niet leert

in

strijd

met hetgeen Dr. Kuyper op andere hiervoor), dat n.1. de bekeering

(zie blz. 31

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 283

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's