Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 105

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 105

2 minuten leestijd

RECHTVAARDIGMAKING. Ofschoon zijnen

„Brief

migen

in

95

nu schijnt, dat Comrie, zooals bhjkens over de rechtvaardigmaking" ook door som-

het

Zijnen

tijd

verkeerdelijk begrepen

is,

aangaande

het leerstuk der rechtvaardigmaking van gevoelen veranderd

zoo is dit toch niet het geval. Hij toch zegt in bedoelden Brief op blz. 109 en 110: „Dit, wel opgemerkt zijnde,'' dat in de door hem te voren genoemde opzichten' (n.1.

is,

zooals

van

altijd gesteld heeft, Gods rechtvaardigmaking de uitverkorenen, door eene inblijvende daad van wilsbepaling in Zichzelven volstrekt eeuwig is, hij, hij

alle

Zijne

zegt, toch nooit geleerd,

noch gedacht, veel min eeuwige rechtvaardigmaking, zooals die een inblijvende daad Gods in zich zelven is, de rechtvaardigmaking in haar volkomen beslag is) „zal een iegelijk moeten overtuigen, hoe verkeerdelijk mij door sommigen bij monde en geschrifte is ten laste gelegd, dat ik van systema zoude veranderd zijn, of dat zooals

hij

geschreven

heeft,

dat

die

tegenwoordige gevoelens en laatste geschriften met mijne vorige strijden: dewijl mijn

ik mij nooit tegen de leer der rechtvaardigmaking van eeuwigheid anders gesteld heb, dan in zulk eenen zin, welke den Antinomianen wordt toegeschreven namelijk, dat die eeuwige rechtvaardigmaking zoo volkomen zoude zijn, dat daarvan geene tijdelijke toepassing op de uitverkorenen door een Goddelijken gerechtshandel in het gemoed, onder overtuiging, verlegenheid, berouw, enz., geschieden zoude noch vereischt worden in welken zin ik, zooals te voren, ook nog ten tijde, van deze leer als de allergruwelijkste eene afkeer heb, en dezelve met geheel mijn hart ;

:

verfoeije."

dus, dat het niet waar is, wat sommigen onzen tijd zeggen, dat Comrie ten aanzien van het leerstuk van de rechtvaardigmaking, sedert hij de „Eigenschappen des Zaligmakenden geloofs" schreef, van gevoelen veranderd is. Daarom moet er dus tusschen zijne bestrijding van de rechtvaardigmaking van eeuwigheid, gelijk hij doet in de „Eigenschappen des geloofs," en zijne verdediging van de rechtvaardigmaking van eeuwigheid, gelijk hij dat

Het

ook

in

blijkt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 105

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's