Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 103
RECHTVAARDIGMAKINQ.
93
onthouden van het onderzoeken
te
dwaas en
naspeuring
dier wetenschap, wier en mits dien verderfelijk
gevaarlijl<,
hidien brooddronkenheid ons prikkelt, zoo zal het zeer
is.
nuttig
het
tot
zijn,
stellen,
te
t.
bedwang van
w. dat,
dezelve, dit er tegenover
gelijk te veel
honig niet goed
is,
ook
het onderzoek eener heerlijke zaak den nieuwsgierigen niet tot
eer
gedijt
om
ons
af te
niet
(Spr.
25
:
27.)
Want
dit
gewigt genoeg
is
schrikken van eene zoodanige stoutheid, die
anders kan, dan ons van boven
af in het verderf
ne-
derstorten."
komt dat van Comrie zehoewel deze laatste schijnbaar de rechtvaardigmaking van eeuwigheid, anders dan in het raadsEchter zal ik trachten de schijnbaar besluit Gods, leert. tegenstrijdige woorden van Comrie over dit onderwerp met elkander in overeenstemming te brengen. hl de „Eigenschappen des Zaligmakenden geloofs," alwaar Comrie in de tweede verhandeling spreekt over het geloof als eene genade, waardoor de ziel gerechtvaardigd wordt, zegt hij eindelijk in de toepassing o.a. „Deze waarheid strekt ook tot wederlegging van al de Wetbestrijders, die drijven, dat de mensch dadelijk gerechtvaardigd is van eeuwigheid. Wij stellen wel, dat God een voornemen had, van vóór de tijden der eeuwen, om den mensch te rechtvaardigen dat Hij besloten heeft dit te doen in den tijd, zoodat wij kunnen zeggen, dat de menschen in het voornemen Gods en in Zijn besluit gerechtvaardigd zijn, maar dat is niet d a d e k want zoo zijn de geloovigen van eeuwigheid zalig; doch zij worden eerst dadelijk zalig, wanneer zij dadelijk in de volle genieting Gods ingaan. De Apostel leert dat wij door het geloof gerechtvaardigd worden, derhalve niet eerder dadelijk gerechtvaardigd, voor dat wij dadelijk gelooven. Ja, de Apostel beschrijft den Staat der geloovigen van nature als eenen Staat, strijdig met den Staat der rechtvaardigmaking, zeggende Efez. 2:3: dat zij van nature kinderen
Met
kerlijk
het gevoelen van Calvijn
overeen,
:
;
!
ij
;
:
des
toorns
onder
waren,
gelijk
Gods toorn en
alle
vloek,
anderen, gelijk
alle
dat
is
liggende
menschen, het-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's