Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 300

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 300

2 minuten leestijd

HET HEILIGE AVONDMAAL.

290

Ook nog

in § 34 haalt hij aan de woorden van Augusoverwegende Joh. 6 50: Die Mijn vleesch eet en

tinus,

:

Mijn bloed drinkt, zal melijk

niet

die

:

slechts

het

in

der eeuwigheid niet sterven, na-

de kracht van

het

zigtbaar Sacrament,

die

uitwendig ;

met de tande

Sacrament

eet

en

niet

en dat wel inwendig en

met het hart eet en niet

n."

wordt hier geenszins voorop de wijze van wijnstok en ranken. Want ofschoon de geloovigen met Christus vereenigd zijn en de Heere Jezus die vereeniging voorstelt onder het beeld van den wijnstok en zijne ranken, zoo worden zij toch volgens Calvijn niet op dezelfde wijze gevoed, maar als r e d e 1 ijk e schepselen, door den Heere Jezus met den mond des geloofs geestelijk te eten. En evenals een hongerige de natuurlijke spijs niet kan eten, zonder den smaak daarvan te hebben en verkwikking te gevoelen, evenzoo wordt een geestelijk hongerige in het geestelijk eten, den smaak des geloofs gewaar, gelijk Calvijn zegt „Ik ontken dat het (n.1. het vleesch van Chrisin § 33 tus) kan gegeten worden zonder den smaak des geDit geestelijk eten en drinken

gesteld

:

loofs." En wanneer

Calvijn (zie

§ 33) nu zegt

:

„En

dit is

zuivere eigenschap van het Sacrament, die de geheele

de

we-

kan verbreken, dat het vleesch en liet bloed van den onwaardigen even zoo zeker gegeven wordt als aan Gods uitverkorene geloovigen echter is het ook waar dat, gelijk de regen, op eene harde rots vallende, wegvloeit, omdat zij in den steen niet kan indringen, zoo ook de goddeloozen door hunne hardheid de genade Gods afstooten, zoodat zij tot hen niet doordringt," dan wil hij zeggen, dat de genade van Christus in den dooden zondaar door Zijne hardheid niet kan indringen, evenmin als de regen kan indringen in een harden rots, en dat er dus geloof in het hart moet zijn maar hij wil daarom niet zeggen, dat het aanwezig zijn van het geloof voldoende is. Want even als hij hier niet zegt, dat de genade Gods, op g e 1 ij k e w ij z e als de regen op een rots, reld niet

Christus

;

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 300

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's