Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 271
HET HEILIGE AVONDMAAL. dcnis,
maar zoodra het komt
tot het
261
gebruik van
't
ver-
kan openbaren in zijne werkzaamheden, waartoe allereerst behoort het geloovig zien op Jezus en het daardoor naar Zijn stand, en het geloof dat in het harte woont,
zicli
veranderd worden van heerlijkheid tot heerlijkheid, van des Heeren Geest.
beeld als
De dat
eenige vraag
bij
zonden, mij
mijne
het
Avondmaal
vergeven
zijn,
is
niet,
of ik geloof,
maar of
ik mij
van
wege mijne zonden mishage, en van ganscher harte geloof dat Jezus Cfiristus is het eenige Lam Gods, dat geslacht om in Hem vergeving van zonden bij God uit genade is, te ontvangen, en of ik ook deze gewisse belofte van God geloof, dat mij al mijne zonden alleen om het lijden en sterven van Jezus Christus vergeven zijn, dat
met mijn gansche hart geloof, dat in
is,
dat ik
die belofte ook
zaligheid is ; en of ik ook van harte gehoorzaamheid aan God en tot eere Zijns Naams in waarachtige dankbaarheid te leven in liefde en in eenigheid met mijne naasten. Want indien met de woorden uit het Formulier des heiligen Avondmaals, betreffende het ernstig zelfonderzoek, bedoeld was, dat elk Avondmaalganger moet gelooven, dat hem al zijne zonden om Christus wil vergeven z n, dan alléén
m
ij
gezind ben
n e
in
ij
niemand ten Avondmaal mogen gaan, tenzij hij zich daarvan bewust ware, terwijl zeker zeer velen, zoo niet de meeste Avondmaalgangers, ofschoon zij waarlijk door het geloof met Christus vereenigd zijn, daarvan niet verzekerd zijn, maar daarom toch de belofte Gods van harte gelooven, dat hun al hunne zonden om het lijden en sterven van Christus wille, vergeven zijn, in dieti zin n.1., dat daarin alleen hunne zaligzij waarlijk gelooven, dat heid ligt, gelijk zij ook daarom tot Jezus alléén hunnen toevlucht nemen, zich aan Hem toevertrouwen en op Hem zich verlaten, vertrouwende dat Hij gewillig en machtig is hun al hunne zonden om Zijns lijdens en stervens wil te vergeven, welk geloof zij ook betoonen in hun dorst naar Jezus en hunne liefde tot de Zijnen, en in hun innig verlangen naar heiligheid, uit welke gestalte hunne goede zou
-.,
Y
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's