Bilderdijk in zijne nationale beteekenis - pagina 61
57 Siegenbeek kon soms
Blz. 10. 2) Zelfs
bewonderen. Zoo
te
leest
men
in zijn
niet nalaten Bilderdijk's
schranderheid
Taalkundige Bedenkingen, Haarlem
bij
Vincent Loosjes 1827 opblz. 26: „De opheldering van dezen uitgang (namelijk die
op
gesproten
als
sf),
een verouderd imperfectum, die wij aan de
uit
den heer Bilderdijk danken,
schranderheid van
is,
buiten twijfel, van zeer
groot belang voor de afleiding der talen, en geeft ons den sleutel in handen
om
den oorsprong van vele woorden
vinden".
te
van
Blz. 10. 3) Volsta hier het getuigenis
Ned. Letterkunde,
in zijn Gescfi. der
II
S. Gorter,
onderschreven: „Als sommige dingen, onaangenaam en moedig gezegd
Wij voor ons,
in Bilderdijk's
honderd overdrijvingen, dwaasheden ons oordeel
in
om te zeggen, eenmaal kort,
ons ze dan vergeten en er niet meer over spreken.
zijn. Iaat
onder het lezen
als
ook door Jonckbloet
met „onverdeelde" instemming
p. 456,
opstand komt, de
zelfs,
flitsen
correspondentie, te midden van
en duizend dingen, waartegen
van dat wonderbaar doordringend
verstand, dat scherpe oordeel, dat schokken als van electrische vonken, en de
uitgebreidheid
der
zilveren
stroomen
verland
vol
ons verbaasd doen staan;
kennis
van
poëzie
zijn
bloemengeur
als hij
op de breede
ook onze boot draagt naar een too-
en vogelenlied,
door groene
hangende wouden, en ontzagwekkende bergen door
;
als
eilanden,
dan
in
over-
ons gemoed
door de openstaande poort bewondering, ook vereering, ook mededoogen,
ook zucht
geweld
om mêe
te leven,
en
te lijden, willen
die deuren niet sluiten. (S.
GORTER,
binnendringen, wij zullen met Letterkundige studie, 2e druk,
blz. 156).
Blz. 11. 1)
Nieuwe Dichtschakeering
teekeningen op Fingal
blz.
I,
blz. 4.
Zoo schreef
161: „Altijd vleie ik mij
hij
in
de aan-
met zulk een opkomend
geslacht, dat dichterlijker denkt, en gevoelt, en beter uitdrukt dan wij".
Blz.
12
1)
De
determinatie
wordt door Bilderdijk
niet als mechanische, als
opkomende
uit
als logische
uitwerking van het vooruitgedachte, maar steeds als een gedeter-
mineerd
door den omnipraesenten, en
zijn
eindige oorzaken, noch ook in pantheistischen zin, en evenmin
in zich
eeuwigen.
God genomen. Men
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 96 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906
Abraham Kuyper Collection | 96 Pagina's