Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 82

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 82

2 minuten leestijd

HET GELOOF.

72

een gedeelte uit Brakels Redel. Godsd., 1ste deel, van het geloof aanhaalt, beginnende bij § 20 van Hfdst. 32, alv/aar of de eigene daad des Brakel handelt over de vraag geloofs bestaat in toestemming aan de goddelijke, evangelische waarheden, en beloften, dan of ze bestaat in het vertrouwen des harten op Christus, om door Hem gerechtvaardigd, geheiligd en tot de zali'gheid geleid te worden ? Waarop Brakel antwoordt, dat, ofschoon tot het zaligmakend geloof noodzakelijk vooraf vereischt wordt eene kennis van de evangelische waarheden en eene toestemming aan dezelve als waarachtig, het ware zaligmakende geloof :

de toestemming van de evangelische belofin het vertrouwen des harten, om door Hem (n.1. Christus) tot de zaligheid gebracht te worden, op den grond van Zijne vrijwillige aanbieding en

niet bestaat in ten,

maar dat het bestaat

op de

Dus

aan die gedaan, die op Hem vertrouwen. zeggen wij met een, dat het geloof zijne heeft in het verstand, maar in den wil; want

beloften,

(zegt

hij)

zitplaats niet

het niet de toestemming van de waarheden der beloften, zoo is het ook niet in het verstand, en is het een vertrouwen, zoo is het in den wil. (Hier wensch ik even op te merken, dat, zie blz. 70 hiervoor, ook Comrie zegt dat hij met Luther gelooft dat het geloof is een goddelijk licht in het verstand en een goddelijke kracht in den wil.) Na nog verder uit Brakel te hebben aangehaald de gronden voor hetgeen hij gesteld heeft, haalt Dr. Kuyper vervolgens een gedeelte aan uit de meer gemelde verklaring van Comrie over den VII Zondag, waarin deze bijzonder laat uitkomen is

is een ingestort vermogen en hebbelijkheid, welke de uitverkorenen door de onweerstaanbare en herscheppende werking des H. Geestes ontvangen, bij hunne

dat het geloof

inlijving in Christus,

waarna Dr. Kuyper

waaruit

alle

besluit, dat

geloofsdaden voortvloeien dus kenmerk bij Brakel is,

dat het geloof niet als een inklevende hebbelijkheid, maar een uitgaande daad des harten wordt opgevat, en

als

saamhangend, dat het orgaan voor het geloof en waar het heerscht, gezocht wordt niet in onze kennisse, maar hoofdzakelijk in onzen wil; terwijl daarhiermee zijn

zetel,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's

Eenige grondwaarheden van den Christelijken Godsdienst - pagina 82

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1906

Abraham Kuyper Collection | 324 Pagina's